Waarom de metro in Kyoto maar twee lijnen telt

Wie in Tokyo of Osaka snel ergens wil komen, neemt het beste de metro. Onder de grond is er immers geen kans op file en als er al vertraging optreedt, is dat incidenteel. In Kyoto, met 1,5 miljoen inwoners bepaald geen kleine stad, valt dat echter niet aan te raden: de metro telt er maar twee lijnen.

Eén hele belangrijke reden daarvoor is de culturele geschiedenis van de stad. De oude hoofdstad van Japan telt namelijk duizenden boeddhistische tempels en shinto-schrijnen, waaronder ook veel werelderfgoed. Kyoto staat daar al lange tijd wereldwijd om bekend. Zo was het voor de geallieerde bommenwerpers een reden om de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog te sparen. In Tokyo, Osaka, Hiroshima en Nagasaki was dat wel anders.

Die culturele rijkdom is niet alleen boven-, maar ook ondergronds: de vallei waarin Kyoto genesteld ligt, is al sinds de zesde eeuw bewoond. De bodem zit daarom vol met resten, die – wanneer men er bij het boren en graven op stuit – ervoor kunnen zorgen dat de aanleg weken, zo niet maanden stilligt. Dat was in elk geval aan de hand bij de aanleg van de enige twee metrolijnen die de stad rijk is, de Tozai- en de Karasuma-lijn.

Tozai en Karasuma

metro in kyotoKyoto werd aangelegd naar Chinees voorbeeld, met kaarsrechte straten van noord naar zuid en van links naar rechts. Van bovenaf bezien is de stad, enkele uitwaaiers aan de randen daargelaten, vrij vierkant. De metrolijnen snijden dit vierkant in vier nagenoeg evengrote delen. De Karasuma (13,7 kilometer) loopt van noord naar zuid. De Tozai (letterlijk oost-west) loopt 17,5 kilometer van het oostelijke deel van de stad naar het westen van Kyoto, om aan de rand scherp richting het zuiden af te buigen. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd in eerste instantie gedacht over een groter tramnetwerk. Daar had men ruim vijftig jaar goede ervaringen mee, want in 1895 was Kyoto de eerste Japanse stad met een tramnetwerk. Echter zorgden wederopbouw en economische groei voor toename van het wegverkeer, wat de gemeente in 1965 deed besluiten om een metro te gaan graven.

De Karasuma-lijn was – zeker voor een Noord-Zuid-lijn – relatief snel klaar. In 1981 ging dit traject open, om in 1988, 1990 en 1997 nog verder uitgebreid te worden naar het noorden en zuiden. Bij de Tozai-lijn duurde het aanzienlijk langer: pas in 1997 werd dat traject in eerste instantie geopend, en in 2004 en 2008 nog met een aantal stations respectievelijk zuid- en oostwaarts uitgebreid. Problemen bij de aanleg onder het water van de Kamo speelden een rol, net als onenigheid met de uitbater van het bestaande tramnetwerk. De grootste boosdoener was echter de uitbundigheid van de archeologische rijkdom waar men voortdurend op stuitte, en de daaropvolgende uitgebreide archeologische onderzoeken. Bovendien moest bij elke meter gegraven tunnel beoordeeld worden of de historische constructies bovengronds er niet van zouden verzakken. Met name het oostelijk deel van de stad, Higashiyama en Gion, de maiko-wijk, is één groot middeleeuws openluchtmuseum. In Japan hecht men evenveel waarde aan het behoud van traditie als aan het sneller vervoeren van reizigers. Bovendien leeft de stad ook grotendeels van de inkomsten die het toerisme genereert. Omzichtig te werk gaan dus.

Reizen door Kyoto

In de praktijk betekent dit dat de metro in Kyoto een stuk minder nuttig is dan in andere Japanse steden. Tenzij je snel van west naar oost, noord naar zuid en vice versa moet in Kyoto – dan is de metro een prima manier. Ruim 330.000 mensen doen dat dagelijks. Wat overigens niet voldoende is om de spoorbeheerder uit de kosten te helpen, want daarvoor zijn 50.000 dagelijkse reizigers méér nodig. Maar die komen er niet, want die moeten vaak verder van de metrolijnen in één van de vier kwadranten zijn en kunnen daar onder de grond simpelweg niet komen.

Wanneer je bijvoorbeeld de Fushimi Inari-taisha of het Gouden Paviljoen wil bezoeken, kun je dan ook het beste met de trein of bus gaan. Verschillende stoptreinen van Japan Railways stoppen op verschillende stations in Kyoto, waaronder het centraal station. Daarnaast is er nog de Kyoto Line van Kintetsu Railway, de tweede treinmaatschappij van het land. Nadeel van al deze treinen is dat ze vooral langs de stadsranden en door het midden rijden, maar grote delen van de stad net als de metro niet beslaan. Gelukkig biedt er in dat geval altijd wel een bus uitkomst. Let wel op: in Kyoto stap je niet voor-, maar bij de deur in het midden van de bus in, om bij aankomst op je bestemming naar voren te lopen, de ritprijs te betalen en de bus daar te verlaten.

Overigens loopt de Karasuma-lijn recht onder de kaarsrechte Karasuma-dori. Dit is een van de oudste en qua winkelaanbod meest veelzijdige straten van Kyoto. Ook tal van tempels en een paleis hebben hier hun voordeur. Eigenlijk zonde om er onder door te schieten, terwijl er zo veel te zien en te struinen valt.

Print Friendly, PDF & Email
Dit bericht werd geplaatst in Verkeer en getagd ,, door Tom Omes . Bookmark de permalink .

Over Tom Omes

Tom studeerde Talen en Culturen van Japan en Journalistiek én Nieuwe Media, maar in plaats van correspondent voor een landelijke krant in Tokyo, is hij copywriter bij Aexus en hoofdredacteur van Katern: Japan. Geïnteresseerd in de moderne geschiedenis van Japan, maar leeft niet alleen in het verleden: ook hedendaags Japan interesseert hem zeer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *