Nara : Todai-ji

Todai-ji is het meest bekende boeddhistische tempelcomplex in Nara. Het is dé reden om er naar toe te gaan, bijvoorbeeld vanuit Kyoto. De Daibutsuden (大仏殿, Grote Boeddha-hal), herbergt ’s werelds grootste bronzen Boeddha: de Daibutsu. De tempel dient ook als het Japanse hoofdkwartier van de Kegon-school van het boeddhisme. De tempel staat – samen met 7 andere tempels en schrijnen in Nara – op de UNESCO wereld erfgoedlijst. Herten, boodschappers van de goden in shinto, lopen met duizenden vrij rond over het tempelcomplex.

Kenmerken

Het boeddhisme kent drie schatten of juwelen: de Boeddha, de Dharma of boeddhistische leer en de Sangha, de gemeenschap van de monniken, nonnen en priesters. Welnu, de boeddha is er. Een van de grootste bronzen standbeelden ter wereld is gezeten in de Daibutsuden, de overbekende grote hal. Zijn tegenwoordigheid doet de rest van de schatten zeker verbleken. Maar ten tijde van de bouw werd ook aan de overige juwelen gedacht. Het complex bevatte een enorme leerhal of collegezaal waar de doctrine onderwezen werd, en een groot aantal gebouwen gericht op gebed en huisvesting van de monniken. De Todai-ji moest, net zoals Nara de zetel van de regering was, de centrale hoofdtempel zijn voor de Kokubun-ji, een reeks tempels annex kloosters verspreid over het land.

Historie

Shōmu-tennō (701-756) was de 45ste keizer van Japan en regeerde vanuit Nara. Deze keizer maakte het boeddhisme tot de officiële staatsreligie. Hij was dermate geobsedeerd door de boeddhistische leer dat hij deze als een mantel over zijn regeringszaken plooide. Shōmu was met name geporteerd van de Kegon-school, een van de zes boeddhistische scholen in Japan. Aan deze Kegon-school hechtte Shōmu zoveel belang, dat hij het land wilde besturen aan de hand van de ideeën van deze school. Tōdai-ji, Hōkke-ji, Kōfuku-ji en Saidai-ji zijn enkele van de tempels uit een ruim gamma die op bevel van keizer Shōmu werden gebouwd. De Tōdaiji, eerst Kinshōsen-ji, werd tussen 745 en 752 gebouwd ter ere van zijn overleden zoon en troonopvolger. Kroonprins Motoi werd slechts één jaar oud; Japan werd geteisterd door een pittige pokkenepidemie. In 752 liet de keizer het gigantische boeddhabeeld bouwen. Het beeld is een beeltenis van Vairocana, de boeddha van het verleden. Dus niet de Sakyamuni Boeddha, de boeddha van het heden. Wellicht ingegeven als eerbetoon aan zijn verleden zoon. Het beeld moest in elk geval groter dan groot worden en vanuit heel Japan werd al het koper gevorderd dat voorhanden was. Als er toen al treinen reden zouden deze tot stilstand zijn gekomen. Al het koper was nodig, het beeld voor Motoi ging voor alles. Toen het voltooid was, woog het 500 ton en was het bijna 15 meter hoog. Om daar een idee bij te krijgen: een kind of slanke volwassene zou door een neusgat kunnen kruipen. Wel viel in 855 het hoofd er af tijdens een grote aardbeving, maar dat heeft Shōmu-tennō niet meer hoeven meemaken.

Het beeld werd overigens snel weer gerestaureerd. De boeddha heeft sedertdien niet meer gebeefd, maar zijn tempel – en overigens zijn rechterhand – is wel drie keer door brand verwoest en werd drie maal opnieuw gebouwd. Brandstichting verdikkeme. Aangezien de kloosterorde keer op keer niet zo handig de kant van het verliezende team koos, moest het complex het steeds ontgelden. In 1180 hadden de monniken van de Tōdaiji de kant van de Minamoto Clan gekozen en werden daarom gestraft door de winnende Taira. De tempel ging in vlammen op en een groot deel van de geestelijkheid werd onthoofd. In 1508 brandde de leerhal af en in 1567 ging het complex in vlammen op tijdens de toenmalige burgeroorlog. In de grote hal waarin de boeddha woont, staan maquettes van de voorlopers van de huidige Grote Hal die uit 1709 stamt. Bezuinigingen en oorlogen zorgden ervoor dat het grondoppervlak van de hal steeds kleiner werd. De huidige hal beslaat slechts een derde van het monument dat Shōmu liet bouwen. Desondanks is dit echter nog altijd het grootste houten gebouw ter wereld. De eerder genoemde leerhal is uiteindelijk niet meer herbouwd. Wel kun je ten noorden van de Daibutsuden nog het originele terrein bezoeken. Wanneer je door de herten probeert heen te kijken, en dat valt niet mee vanwege de enorme aantallen, zie je de funderingsstenen keurig gelijnd in het gras liggen. Duidelijk is te zien hoe imposant groot ook dit gebouw moet zijn geweest.

Tempelcomplex

Wie uit de bus stapt wordt door de hertjes verwelkomd. Hartelijk, maar de rakkers maken behendig je tas open en proberen gerust je fototoestel op te eten. Plattegronden, treintickets etc. verdwijnen in elk geval met gemak in de maag. Langs de laan naar het complex vind je dan ook een lang lint aan winkeltjes en stalletjes waar naast souvenirs ook vooral voer voor de herten verkocht wordt. Er zijn nog veel meer herten dan de ook indrukwekkende hoeveelheid bezoekers en beide groepen lopen dwars door elkaar. Er wordt goed voor ze gezorgd. Door jou, maar ook door de gemeente Nara. Het boeddhistische tempelcomplex wordt traditioneel vanuit het zuiden genaderd en gemarkeerd door de mon, de toegangspoort. Van hier af loop je de kaarsrechte Sandō, of toegangsweg zigzaggend vanwege de gehoefde belangstellenden naar het noorden. Je bereikt dan de omheining van de tuin van de Daibutsu-den. Hier dien je entree te betalen en wees gerust, de bescheiden tol is de moeite duizendmaal waard. Bedenk ook dat het onderhoud van deze tempel peperduur moet zijn. Alle hulp is welkom. Na de entree ben je plots ook van de herten af, zij gaan mee tot hier, maar niet verder.

  • Nandai-mon Deze zeer indrukwekkende houten poort stamt uit de twaalfde eeuw en bevat de twee Nio, de tempelwachters Ungyo en Agyo;
  • Daibutsu-den De Hondō met de boeddha en overigens een tweetal even fraaie kleinere Bosatsu (boddhisattva’s);
  • Shōrō De klokkenstoel uit 1207 bevat een van de drie fraaiste bellen van Japan. Hij weegt ruim 26 ton en klinkt (daardoor) bijzonder lang;
  • Hokke-dō Deze tempel wordt ook wel aangeduid als de Sangatsudō, de hal van de derde maand. Hij is opgedragen aan de ceremonie rond de Lotus-soetra, de Hokke-e, die elk jaar in de derde maand plaatsheeft;
  • Nigatsu-dō De hal van de tweede maand, bedoeld voor het jaarlijks vieren van de Shuni-e ceremonieën. Deze Kegon-school riten zijn gericht aan de bosatsu Kannon en opgedragen aan het welzijn van de bevolking. Tot de shuni-e behoren de Otaimatsu of vuurceremonie, en de Omizutori of waterceremonie;
  • Kaidan-in Eeuwenlang dé plek om je geloften als monnik of non af te leggen. Dit is nog steeds een klooster binnen het complex. (Het achtervoegsel In duidt een kloosterorde aan, zie ook Ken uw Tempel;
  • Leer Hal de plattegrond van de voormalige collegezaal;
  • Tegai-mon Deze sobere tweede poort in het westen is nog gebouwd volgens de oorspronkelijke achtste eeuw architectuur. De meeste bezoekers komen echter niet zo ver.

In detail: de gelukspijler

Nog even over het neusgat. In één van de houten pijlers van de Daibutsuden is een gat gemaakt met dezelfde grootte als de aanzienlijke neusgaten van de grote boeddha. Kinderen worden aangemoedigd om hier doorheen te kruipen en verwerven hiermee natuurlijk ongelooflijk veel voorspoed op hun levenspad.

Binzuru

Waar de gehele hal imponeert, niet alleen in afmetingen, sereniteit, schoonheid en welaan, ‘boeddhaheid’, valt rechts buiten één beeld verschrikkelijk uit de toon. Hier zit naast de toegangsdeuren een oude, verwaarloosde in rode lompen gehulde houten bosatsu op een troon. Het beeld is duidelijk afgeragd, slecht onderhouden lijkt het. We treffen hier Binzuru, één van de leerlingen van de boeddha, befaamd om zijn veelvuldige dronkenschap, maar vooral om zijn vermogen om zieken en zuchtigen te genezen. Binzuru is de verbastering van Pindola Bharadvaja. De boeddha vroeg zijn leerling om de fles wat vaker te laten staan en om op aarde te blijven om anderen te blijven helpen. De charmante bosatsu heeft dat inderdaad gedaan en ook vandaag nog kun je gerust ledematen die zeer doen tegen het beeld wrijven. Dat helpt. In feite is die lelijke Binzuru de meest populaire bewoner van het gehele Todai-ji complex.

Adres en bereikbaarheid

Nara Prefecture, Nara, Zoshicho, 406-1
Klik op de Googlemap hiernaast voor een virtuele rondwandeling.

Twee spoorwegmaatschappijen, JR en Kintetsu, bieden treinverbindingen tussen Kyoto en Nara: Japan Railways (JR) biedt met haar Miyakoji sneltreinen twee maal per uur een verbinding die 45 minuten duurt. Kintetsu Railways biedt een reis die maar 34 minuten duurt. Elk van de maatschappijen heeft een eigen station in Nara. Vanaf het station rijden bussen naar het Todaiji-complex.

Meer informatie

  • Todai-ji Officiële website
  • Begin Japanology: Todai-ji Onze man in Japan, Peter Barakan, introduceert namens NHK de Todai-ji en reikt een uitgebreide informatieve documentaire aan. Het format van de serie is plezierig, de presentator is bescheiden en laat Japanners aan het woord die hun tradities wensen te bewaren en door te geven.

Meet me at the deerpark

is de titel van een sfeervol lied van singer-songwriter Michael Franks. Het staat op het album Burchfield Nines (1978). De koning van de smooth jazz refereert in dit nummer werkelijk aan Nara. Het is de plek waar hij zijn vrouw trouwde in dat zelfde jaar.

“Meet me in the deer park, Lady won’t you please
We can do the deer dance underneath the Ginkgo trees
We can thread the needle, build a bridge of sighs
We can bring a smile to the Buddha’s eyes”

Wie nog niet in de gelegenheid is om Nara te bezoeken, kan alvast luisteren naar een impressie van het hertenpark. “Mellow”, relaxed, gelukkig.

Dit artikel maakt deel uit van de reeks Ken uw Tempel van Katern: Japan
Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *