Shōgun: adembenemend ambassadeur voor Japan

Het shōgunaat van Tokugawa Ieyasu deed Japan 250 jaar lang ferm op slot voor de buitenwereld. Shōgun van James Clavell maakt dat nu weer goed, al ruim 50 jaar zijn deze roman en de erop gebaseerde tv-series dé ambassadeur voor Japan, haar cultuur en historische tradities.

James Clavell publiceerde in 1975 zijn historische roman Shōgun, over de avonturen van de Engelse stuurman John Blackthorne in Japan, met op de achtergrond het ontstaan van het Tokugawa-shogunaat (1603-1868). De avonturen van Blackthorne zijn gebaseerd op het leven van de Engelse zeeman William Adams, die in 1600 in dienst van een Nederlandse koopvaardijvloot met het galjoen ‘De Liefde’ de Japanse kust bereikte en daar in 1620 als samurai overleed. Blackthorne weet zich verstaanbaar te maken met behulp van Toda Mariko, die gemodelleerd is naar Hosokawa Garasha, een door de Portugezen tot het Rooms-Katholicisme als “Gracia” gedoopte Japanse edelvrouw. Mariko-san spreekt daardoor Portugees en treedt op als tolk voor Blackthorne. Portugees was destijds een wereldtaal.

Het boek heet echter niet Anjin (loods) of Tsūyaku-sha (tolk), maar Shōgun. Ofschoon we veel meekijken en -voelen met de lotgevallen van John Blackthorne en Mariko-san, gaat het boek uiteindelijk om Toranaga Yoshii, de romannaam voor Tokugawa Ieyasu, de eerste Tokugawa Shōgun.

Shōgun is de bestseller van 1975

In 1975 werd de roman gepubliceerd en onmiddellijk een wereldwijde bestseller. Alleen al in kwantiteit heeft Shōgun waarschijnlijk meer informatie over Japan aan meer mensen doorgegeven dan alle gecombineerde publicaties van wetenschappers, journalisten en romanschrijvers bijeen genomen. Het verhaal sleept je mee en zorgt er voor dat je blijft lezen, blijft lezen, blijft lezen. En onderwijl kennis maakt met fascinerende culturele aspecten en de taal. Blackthorne start als een ongehoepelde hork, maar raakt gaandeweg zwaar onder de indruk van Japanse gewoonten en beseft dat Japan in veel aspecten mijlenver vooruit loopt op het Europa van die tijd. Wereldstad Londen is een vuilnisbelt vergeleken met élk willekeurig Japans dorp. Europeanen badderen twee maal in hun leven, terwijl Japanners zich dagelijks om hun hygiëne bekommeren. Clavell brengt deze en tal van andere vergelijkingen haarscherp over en laat de lezer ook kennismaken met de Japanse taal en communicatieregels.

James Clavell, geboren als Charles Edmund Dumaresq Clavell (Sydney, Australië, 1924-1994) was een Brits, later tot Amerikaan genaturaliseerd roman- en scenario-schrijver, en filmproducent. Clavell trad bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog als 16-jarige in dienst van de Royal Navy, vocht in Maleisië tegen de Japanners, raakte gewond en zat vervolgens gevangen in een Japans interneringskamp op Java en in de gevangenis van Changi te Singapore. Zijn herinneringen aan de Japanse internering heeft hij blijkbaar opzij gezet. Hij stapte over zijn schaduw heen, raakte verdiept in de Japanse geschiedenis (en overigens ook in die van China en Zuid-Oost Azië) en begon aan eindeloze research om deze uiteindelijk in romanvorm te publiceren. Naast Shōgun vloeiden ook onder meer Taipan en Noble House uit zijn pen. In 1981 verscheen ook zijn vertaling van The Art of War van Sun Tzū, een van de meest gewaardeerde verhandelingen over de strategie van het oorlog voeren. Dit standaardwerk wordt nog altijd gebruikt door militaire beslissers, maar ook bijvoorbeeld door studenten bedrijfskunde. The Art of War is voor het westen toegankelijk dankzij de inspanningen van Clavell.

Shōgun is een Emmy-award winnende miniserie in 1980

Het succes van de roman was nog maar het begin. In 1980 werd het boek omgezet in een tv-miniserie van vijf afleveringen door Paramount Television en voor het eerst uitgezonden in de Verenigde Staten op NBC gedurende vijf avonden tussen 15 en 19 september 1980. De miniserie werd geschreven door Eric Bercovici en geregisseerd door Jerry London. Clavell zélf diende als uitvoerend producent en had de onmogelijke taak om zijn lijvige roman in te dikken tot een verhaal dat in ongeveer negen uren aannemelijk en aangenaam verteld kon worden. Dat proces zal meer hoofdbrekens gekost hebben dan het schrijven van de roman zelf.

John Blackthorne werd vertolkt door Richard Chamberlain, een Amerikaans acteur die een perfecte en charmante Brit kon neerzetten en al wereldfaam genoot als onder meer Caesar of Aramis (een van de drie musketiers). Yoko Shimada kroop in de huid van Mariko. Zij sprak geen woord Engels, evenmin als de rest van de omvangrijke cast, maar wist de dialogen uitstekend uit het hoofd te leren. Toshiro Mifune moest uiteraard de rol van Toranaga op zich nemen, hij had zijn sporen immers al ruim verdiend in maar liefst 16 films van Akiro Kurosawa. Een opvallende verschijning in de miniserie was ook John Rhys Davies, die de rol van de Portugese loods Rodriques kleur gaf. Dit was een van zijn eerste rollen, naderhand zou hij onsterfelijk worden als de dwerg Gimli in Lord of the Rings.  

Japanse dialogen werden niet vertaald of ondertiteld, er was geen budget voor veldslagen met duizenden mensen, de CGI-techniek (door de computer gegenereerde beelden) stond nog in kinderschoenen en de serie werd nagenoeg helemaal gefilmd in Japan. Kijkers in Japan zelf waren niet zo enthousiast omdat zij de serie niet als authentiek, historisch correct ervoeren.

De serie werd evenwel een groot commercieel succes, won een Emmy en trok meer kijkers dan welke andere miniserie dan ook tot dusver, met uitzondering van de serie Roots uit 1977. Het onverhuld verbeelden van expliciet geweld en seksualiteit sprak in die tijd zeker tot de verbeelding en Shōgun leidde ook ditmaal tot een grotere bekendheid van de Japanse cultuur in de Verenigde Staten (en zeker ook Nederland). Een filmmontage van de serie werd uitgebracht in westerse bioscopen.

Shōgun in 2024 van FX mét FX

Bekijk Shōgun op Disney+

In augustus 2018 kondigde de Amerikaanse televisiezender FX aan om een nieuwe miniserie te willen maken van Shōgun. De Japanse acteur Hiroyuki Sanada (van onder meer The Last Samurai uit 2003) werd al vroeg gecast voor de rol van Toranaga en werd ook aangetrokken als producent. Hij pleitte vooral voor het belang van historische correctheid van het feodale Japan in de achtergrond van de serie. Van 22 september 2021 tot 30 juni 2022 werd er gefilmd in het Canadese Vancouver, het Verenigd Koninkrijk en Japan. Op 27 februari 2024 gingen de eerste twee afleveringen van Shōgun in première op FX en op de streamingdiensten Hulu (Verenigde Staten) en Disney+ (de rest van de wereld). De andere acht afleveringen werden daarna wekelijks uitgezonden.

Na het kijken van de eerste aflevering bekroop ons het gevoel dat gebeurtenissen anders werden gerangschikt, werden weggelaten of in ons hoofd anders waren beleefd en onthouden. Dat er keuzes waren gemaakt in prioritering. De film werd stilgezet en het boek werd uit de kast gehaald. De Nederlandstalige roman omvat 631 pagina’s met wel hele kleine lettertjes. Destijds in 1975 was Shōgun de aanleiding om Japan, haar taal en cultuur te gaan bestuderen. Nu viel op dat de Nederlandse woordkeus en zinsbouw wel erg plechtstatig was en dat de vertaling van Japanse woorden nog erg fonetisch was. Mariko bleef uiteraard Mariko, maar Kasige Yabu werd geschreven als Jaboe. Kindjiroe bleek Kinjiru, verbieden. Dat leest vandaag niet fijn. Het boek werd weer voorzichtig en eerbiedig terug gezet: een recentere Engelstalige epub bood uitkomst. Vlotter geschreven en vertalingen die meer van deze tijd zijn. Twee volle weken later was de roman wederom ademloos herlezen en genoten. De televisie werd weer aangezet en we besloten om weer vanaf het begin te kijken. En te genieten, we hebben inmiddels de gehele reeks afgerond en zoemen nog na van de dragers van het verhaal, Hiroyuki Sanada als indrukwekkende Toranaga, Anna Sawai als de perfecte Mariko en Cosmo Jarvis als onhandige barbaar.

In deze reeks kloppen de FX formidabel, zowel de digitale als de analoge. De computer werd veelvuldig ingezet om veldslagen indrukwekkend te verbeelden, om decors, kastelen en landschappen weer te geven. Wie in Osaka is geweest, weet dat alleen het kasteel er nog staat. En dat is eerlijk gezegd zelfs een replica. In de serie torent de burcht uit boven een onafzienbare vlakte aan huisjes en straatjes. In deze reeks kloppen ook het taalgebruik en de mores van die tijd. En worden de Japanse dialogen allemaal correct ondertiteld. De kostuums zijn spot-on, tonsuren van de Jezuïeten blauwstoppelig echt evenals de chonmage van een groot aantal samurai. Omi-san heeft werkelijk de bovenkant van het hoofd geschoren en het overig haar geolied in een kleine staart gebonden. Er is eindeloos geoefend op gebaren en bewegingen en er werd op de set nauwlettend toegezien dat uitdrukkingen ook in het Edo-aans voor het voetlicht werden gebracht.

De reeks lijkt te behoren tot de traditie van Jidaigeki, een genre van film en televisie in Japan. Het betekent letterlijk “periodedrama’s” en verwijst naar verhalen die plaatsvinden vóór de Meiji-restauratie van 1868. Jidaigeki tonen samurai, hatamoto en daimyo en bereiken meestal vlak voor het einde een climax in een immens zwaardgevecht of een enorme veldslag. Dat laatste is hier niet het geval. Het wordt niet getoond, het is – verbazend knap – niet nodig.

De kunst van het weglaten

Een omvangrijk boek laat zich niet comprimeren tot een 5- of 10-delige reeks van afleveringen van een uur. Er moet worden weggelaten. Die laatste veldslag waarvan je weet dat deze moet komen wordt dus niet getoond. In de serie is dat absoluut niet erg, de kijker wordt heel anders weggezonden.

Er ís dus ook weggelaten. De historische rode draad is in boek en serie eenzelfde houvast, maar zoals Clavell zich een aantal vrijheden permitteerde, zo doen de makers van de serie dat ook. Er sneuvelen mensen die in het boek mogen blijven leven. Er worden ter wille van het vlottere verhaal – en om de kijker vast te houden – relaties tussen personen getoond, die in het boek minder duidelijk worden aangewezen. Clavell, die zich oneindig had verdiept in het Japan van 1600, gebruikt zijn pagina’s vooral ook om de lezers daarover van veel informatie te voorzien. Naast het scheppen van sfeer is hij vooral ook bezig om de lezers een beginnende taalcursus te bieden en om leefstijlbegrippen en het Japanse normen- en waardenpatroon te schetsen. Gebeurtenissen vinden plaats, maar worden ook uitvoerig uitgelegd en in context geplaatst. Deze aspecten van het boek missen we in de serie. We zien het Wat en het Hoe maar het Waarom wordt niet altijd toegelicht. Shigata ga nai.

“Shigata ga nai”. Deze uitspraak wordt in het boek wel 100 maal gebezigd en betekent zoveel als ‘Er valt niets aan te doen, It cannot be helped’. Dit fatalisme wordt gebruikt om te vergeven, en tekende relaties tussen mensen. Vandaag gebruiken wij ‘Helaas Pindakaas’, maar dat voelt toch anders.

Clavell is onder de indruk van de Japanse filosofie en toont ons in het boek minstens twee voortreffelijke voorbeelden. De serie schampt hier langs. We nemen ze dan ook graag hier als citaten op.

Een steen horen groeien
‘Alsjeblieft, ik smeek je om Japans te zijn. Zet dit incident opzij, dat is alles, één op de tienduizend. Je moet niet toestaan ​​dat het je harmonie vernietigt.’ ‘Kijk naar mijn handen! Ik ben zo vervloekt boos dat ik ze niet kan stoppen!’ ‘Kijk naar deze rots, Anjin-san. Luister naar het groeien van deze rots, Anjin-san. Focus op de harmonie van de rots. Luister naar de kami van de rots. Luister, mijn liefste, voor jouw leven en voor het mijne.’

Thee drinken uit een lege kom
‘Luister, als je rust wilt, moet je leren om cha uit een lege kom te drinken.’ Ze had hem laten zien hoe. ‘Je denkt de werkelijkheid in de kom, je denkt de cha daar – de warme, bleekgroene drank van de goden. Als je je goed concentreert… Oh, een zenleraar zou het je kunnen laten zien, Anjin-san. Het is razend moeilijk, maar tegelijkertijd zo makkelijk. Ik wilde dat ik het je kon leren, want dan kunnen alle dingen in de wereld van jou zijn als je erom vraagt… zelfs het meest onbereikbare geschenk: volmaakte rust.’ Hij had het vele malen geprobeerd, maar hij kon nooit van de thee nippen als deze er niet was. ‘Het duurt lang om het te leren, Anjin-san’ ‘Kan dat?’ ‘Zelden. Alleen op momenten van grote droefheid of eenzaamheid.’

De kunst van het toevoegen

Gezien de hoeveelheid dialoog die in de serie in het Japans wordt gesproken, was het vertalen van de originele Engelstalige scripts een flinke operatie. De Japanse toneelschrijver Kyoko Moriwaki werd ingeschakeld om literaire flair en vanzelfsprekendheid toe te voegen en vervolgens werden de dialogen gecontroleerd door historici die er op toezagen dat het gebruikte Japans ook uit de Edo-periode is en dat alle juiste hoffelijkheden in acht worden genomen. Clavell had al eerbied voor de stenen in de tuin van Blackthorne, maar de serie laat ook de rest van de Japanse tuin zien. De aardbevingen kunnen echt beleefd en gebeefd worden. Pas in de serie wordt de betekenis van de valkenjacht dubbel duidelijk.

Aanzet tot meer

Wie in 1975 gegrepen was moest naar De Slegte gaan, of Japanse taal en Cultuur gaan studeren. Wanneer je vandaag meer wilt weten over Japan krijg je het de huiskamer onmiddellijk in. In de nasleep van de serie verschijnen op bijvoorbeeld Youtube tal van beschouwingen en interviews met betrokkenen. FX zelf biedt Making-offs en Breakdowns bij elke aflevering. En in afgeleide daarvan verschijnen van derden informatieve clips over het Shogunaat, de Edo-periode of de erecode van samurai. Een uitstekende eerste kennismaking met het shōgunaat biedt NHK-world met een documentaire over het leven van Tokugawa Ieyasu.

In de interviews met de acteurs kun je je overigens ook verbazen. Het blijken immers acteurs! Ze zetten een perfecte presentatie neer, breken een lans (of naginata) voor hun serie, maar zijn niet perse ook ambassadeur zoals Clavell dat was: In het boek raakt Blackthorne na een aanvankelijke afkeer gaandeweg in de ban van de Yukata of zomerkimono. Het zit aanzienlijk lekkerder, draagt fijner dan zijn Europese zware lompe wollen kleding en is volkomen passend bij het Japanse zomerklimaat. Als recentelijk tijdens zijn talkshow Jimmy Kimmel aan Anna Sawai vraagt hoe zij het vond om een kimono te dragen, geeft de Japanse verrassend aan dat het ondraaglijk is. Ingesnoerd, geen bewegingsruimte. Omgekeerde wereld.

De film of het boek?

Shōgun is het verhaal van een Engelse hork, Japanners met hele korte lontjes en te lange zwaarden, opportunistische kerkheren. Maar ook een romantisch verhaal van begrip, geduld en eindeloze zelfbeheersing. Van Offering en opoffering. Het is het ultieme potje Go.

Boek en film vertellen datzelfde verhaal, het boek is daarbij de meest toegankelijke Japan-encyclopedie die je je maar kunt wensen, de film toont alles wat je jezelf in je verbeelding hebt voorgesteld en nog meer. Beide zijn een geweldige manier om van historisch (en hedendaags) Japan te genieten.

Dit bericht werd geplaatst in Film, Geschiedenis en getagd , door Cees Omes . Bookmark de permalink .

Over Cees Omes

Onderwijskundig adviseur/programmeur, docent en trotse vader van drie zonen die volledig "into Japan" zijn. Twee daarvan hebben in Leiden de studierichting Talen en Culturen van Japan afgerond, de derde is een Anime-Otaku. Naast Cool Japan en eeuwenoude culturele tradities beschouwt hij vooral Sociaal Japan. Cees verwondert zich over de sociale cohesie en oplossingen die Japan kiest voor vraagstukken wanneer mensen met elkaar omgaan. Op straat, in het gezin, het onderwijs en in de zorg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *