Lafcadio Hearn, schrijver van Japanse spookverhalen

Patrick Lafcadio Hearn (1850-1904), een schrijver van Grieks-Ierse komaf, is één van de beroemdste buitenlanders die voet aan de grond zette in Japan. Mede door zijn inspanningen werden Japanse mythes bekend in het Westen. Hij schreef zijn hoofdwerk Kwaidan, verhalen en studiën van vreemde dingen, op basis van oude Japanse boeken en tot dan toe alleen mondeling doorgegeven verhalen. Zijn inspanningen bleken niet alleen de westerse lezer te bekoren; ook Japanse lezers werden geraakt door zijn weergave van hun mythes. Hoewel Hearn tegenwoordig niet meer zo bekend is in de westerse wereld, wordt hij in Japan nog steeds gezien als een belangrijke buitenlander die de Japanse cultuur op waarde wist te schatten. Hoe werd Hearn daar een beroemd auteur van Japanse spookverhalen en legenden?

Spookverhalen? Waar hebben we het over? Onderstaande legende mag een voorbeeld zijn van een in geheel Japan bekend volksverhaal. Het werd door Hearn opgetekend en vertaald en vormt samen met talloze andere een griezelige bloemlezing van vroeg-japanse horror.

耳なし芳 – Mimi-nashi Hōichi

Hōichi zonder oren

Volgens de legende was Hoichi een blinde minstreel, buitengewoon vaardig op de biwa-luit). Hij blonk vooral uit in het bezingen van het verhaal van de Heike, een epos dat de val beschrijft van keizer Antoku, in de Amidaji-tempel. Ondanks zijn verteltalent en muzikaliteit was Hoichi erg arm en woonde hij in bij de priester van dezelfde Amidaji-tempel.

Hoichi werd laat op een avond benaderd door een norse samurai die eiste dat de minstreel voor zijn heer zou spelen. Hoichi’s optreden werd met veel lof ontvangen en bracht zijn publiek in tranen, en hij werd gevraagd om de volgende avond terug te komen voor een vervolgrecital. Voordat de samurai hem naar zijn tempel terugbracht, kreeg Hoichi te horen dat de edelman waarvoor hij had gespeeld, incognito reisde, en dat niet gesproeken mocht worden over de gebeurtenissen van de avond.

De volgende avond keerde de samurai terug en bracht Hoichi opnieuw naar de edelman. Echter, deze keer werd de afwezigheid van Hoichi ontdekt door zijn vriend, de priester van de Amidaji-tempel. De priester werd achterdochtig en instrueerde zijn dienaren om de volgende nacht voor Hoichi te zorgen. Toen ze hem de tempel zagen verlaten, achtervolgden de dienaren Hoichi en troffen hem in het midden van het Amidaji-kerkhof waar hij verwoed zijn biwa bespeelde maar zijn uitvoering zo te zien aan niemand opdroeg. Toen ze hem naar de tempel sleepten, legde Hoichi de gebeurtenissen van de vorige nacht aan de priester uit.

Zich realiserend dat Hoichi door spoken was behekst, zwoer de priester om zijn vriend te behoeden voor verdere bedrog. Hij schilderde het lichaam van Hoichi met de kanji-karakters van de Hartsutra als bescherming en droeg hem op om te zwijgen en onbeweeglijk te blijven als hij wordt geroepen door zijn spookachtige gehoor. Die avond riep de samurai net als voorheen Hoichi op en werd kwaad omdat hij geen antwoord kreeg. De spookachtige samurai naderde Hoichi maar kon niets dan zijn oren zien. De soetra had de rest van Hoichi’s lichaam onzichtbaar gemaakt. Daarop scheurde de samurai Hoichi’s oren af ​​als bewijs dat zij het enige deel van de luitspeler waren geweest dat beschikbaar was.

Nadat de samurai was vertrokken, was Hoichi nog steeds te bang om te reageren, ondanks het feit dat het bloed uit de wonden op zijn hoofd gutste. Toen de priester terugkeerde, realiseerde hij zich ontzet dat hij had verzuimd de soetra op de oren van Hoichi te schrijven.. Ondanks zijn blessure had de beproeving van Hoichi hem bevrijd van de kracht van de geesten. Hij herstelde zich van zijn wonden en werd een beroemd muzikant.

Dat Patrick Lafcadio Hearn (1850 – 1904) in Japan terecht kwam, lag niet voor de hand. Hearn werd namelijk geboren op het Griekse eiland Lefkada, waar zijn tweede naam “Lafcadio” aan werd ontleend. Zijn vader Charles was een Britse arts-majoor die zijn moeder Rosa had ontmoet toen hij in Griekenland werd gestationeerd. Toen vader Hearn naar West-Indië werd gezonden, trokken de jonge Patrick en Rosa bij Charles’ protestantse familie in Ierland in. De katholieke Rosa kon er echter niet aarden, trok terug naar Griekenland en liet Patrick achter.

Zijn nieuwe voogdes, de katholieke Sarah Brenane, bleek gelukkig over een flinke bibliotheek te beschikken. Al snel verslond de jonge Lafcadio de Griekse mythen en sagen. Het bleek een wereld vol goden en bovennatuurlijke verschijnselen te zijn, die Hearn een uitvlucht boden uit de strenge katholieke leer waar Brenane hem aan onderwierp. Zij had dat echter door, en stuurde hem naar de katholieke universiteit van Durham, in Engeland. Vanuit daar verhuisde hij door naar Londen; terugkeren naar Ierland was geen optie, aangezien Brenane failliet was gegaan. In de talloze hoofdstedelijke bibliotheken en het British Museum verrijkte de jonge Hearn zijn geest verder.

In Ierland was het geld na enkele jaren nog steeds op, dus besloot Brenane’s curator om Hearn naar familie in Cincinatti, in de Amerikaanse staat Ohio, te sturen. Geïnspireerd door het gedachtegoed van utopisten ging hij daar aan de slag als verslaggever bij de Cincinatti Daily Enquirer. Als journalist zou hij daarna nog voor verschillende kranten werken, onder meer in New Orleans en Frans West-Indië, altijd met speciale aandacht voor sociaal zwakkeren en bevolkingsgroepen afkomstig uit andere werelddelen.

Hearn in Japan

Lafcadio en zijn vrouw Setsuko

Toen Hearn in New Orleans werkte, bezocht hij een tentoonstelling over Japanse cultuur. Hij raakte gefascineerd door het verfijnde aardewerk en de kalligrafie, en reisde zelfs af naar New York om een exemplaar van de Kojiki (‘Kroniek van oude zaken’) te bemachtigen, waarin de ontstaanslegende van Japan wordt beschreven. Hearn verslond alles wat met Japan te maken had en ontwikkelde zelfs de overtuiging dat de kunsten van Japan die van het westen ver voorbij streefden. Hearn raakte bevriend met de ambassadeur van Japan in de VS en bezocht op diens uitnodiging in 1890 voor het eerst het land. Aanvankelijk zou hij er als correspondent voor een Amerikaanse krant gaan werken, maar al snel eindigde het correspondentschap: Hearns stijl werd te frivool bevonden. Hij zou zich te veel bezig houden met anekdotes en het omschrijven van Japanse rituelen, die later in Kwaidan, verhalen en studiën van vreemde dingen opgenomen zouden worden. Zijn eigenlijke taak, het brengen van nieuws over Japans rol op het wereldlijke toneel, zou hij verzaken. Gelukkig kon Hearn na zijn ontslag aan de slag als leraar Engels in de prefectuur Shimane. Hij trouwde met een Japanse, Setsu Koizumi, en nam zelfs haar naam over. Hearn zou vanaf nu als Yakumo Koizumi door het leven gaan. Het paar kreeg drie zonen en een dochter.

Yakumo Koizumi

Onder zijn nieuwe naam Koizumi hield Hearn zich, naast met het familieleven, vanaf nu nog intensiever bezig met het verzamelen van alle Japanse gebruiken, verhalen en voorwerpen waar de Japanners zelf door de modernisering waarin hun land zich bevond minder interesse in hadden. Koizumi’s onderneming wordt wel eens met die van de gebroeders Grimm vergeleken, die volkssprookjes optekenden gedurende hun reizen in de negentiende eeuw door een Duits rijk in wording. De gebroeders Grimm koppelden de sprookjes aan een nationale volksgeest. Deze opvattingen werden het sterkst vertegenwoordigd door de 18e eeuwse Duitse filosoof Johann Gottfried von Herder. Die stelde dat het opschrijven en bundelen van eeuwenlang mondeling doorgegeven sprookjes de geest van een volk openbaart. Koizumi was, al dan niet bewust, sterk beïnvloed door het idee van een volksgeest, en wist de Japanse legenden en sprookjes erg aantrekkelijk op te schrijven. Dit deed hij bijvoorbeeld ook met de al eerder besproken legende van de Yuki-onna.

Beïnvloed door nationalistische tendens

Het is daarnaast mogelijk dat Hearn beïnvloed werd door de nationalistische tendens, die onder keizer Meiji (1868 – 1912) voet aan de grond kreeg. Westerse machten zagen Japanners als patriottistisch, agressief en energiek – heel anders dan naburige Aziatische volkeren. Het was het gevolg van de intensieve moderniseringspolitiek die Japan had gevoerd, sinds de Meiji restauratie van 1867. Op militair, economisch en cultureel gebied probeerde Japan dan wel een voorbeeld te nemen aan het westen, maar voor veel Japanse politici en intellectuelen was het westen te pragmatisch en te veel op de ratio gericht. Hoewel modernisering onvermijdelijk werd geacht, begon Japan te putten uit haar religieuze en culturele tradities, om een anker te vinden in onzekere tijden. Koizumi’s werk bleek goed aan te sluiten bij deze opvattingen. Het bood een tegenwicht tegen het grote verlies van waardering voor de eigen eigen cultuur dat in Japan werd ervaren.

Op 26 september 1904 overleed Hearn aan de gevolgen van en hartaanval. Spookverhalen gaan je uiteindelijk niet in de koude kleren zitten. Hij werd slechts 54 jaar oud en is begraven op het Zōshigaya Cemetery in Toshima, Tokyo.

Zelf lezen of kijken?

Benieuwd geraakt naar Hearns werk? Een Engelstalige versie van Kwaidan is gratis online beschikbaar. Tussen 1894 en 1904 schreef hij bovendien nog dertien andere boeken over Japan. Voor wie het aandurft, is er ook nog de verfilming van Kwaidan uit 1965.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *