Kijktip: Ghibli-docu Yume to Kyoki no Okoku

Kijkjes achter de schermen bij de Japanse animatiestudio Ghibli zijn zeer zeldzaam. Meesteranimator en studio-oprichter Hayao Miyazaki leidt een zeer teruggetrokken bestaan. Des te bijzonderder is het daarom dat hij documentairemaakster Mami Sunada niet alleen ongelimiteerde toegang tot de studio verleende, maar haar ook uitnodigde in zijn huis, dat tevens dienstdoet als privé-atelier. Yume to Kyoki no Okoku (‘Het Koninkrijk van Dromen en Waanzin’) is een prachtige en zeer ingetogen documentaire over één van Japans belangrijkste regisseurs.

Dat wil niet zeggen dat de studiogronden omgeven zijn met hekken en bewakingscamera’s. In tegendeel: de gebouwen in Higashi-Koganei, een rustige buurt buiten het centrum van Tokyo, zijn vrij van welke beveiligingsmaatregel dan ook. Niets verraadt dat er binnen de muren van de onopvallende kantoorpanden door ruim 400 man knalhard gewerkt wordt aan de meest geliefde animatiefilms van Japan. Hayao Miyazaki, door collega’s voortdurend ‘Miya-san’ genoemd, woont in de buurt en wandelt elke ochtend naar werk. Niemand die ‘de Japanse Disney’ aanklampt of staande houdt.

Kaze TachinuHet zal hem er ongetwijfeld zeer bevallen, want Miyazaki, in zijn eigen woorden ‘een man van de 20e eeuw’, blijkt een man van regelmaat, niet dol op verrassingen. Elke ochtend vist hij afval uit de rivier in de buurt, loopt hij langs het kinderdagverblijf van de studio om de kinderen te groeten, om stipt om 11 uur met zijn dag te beginnen. Om 9 uur ’s avonds doet hij de lichten in de studio uit, en wandelt hij terug naar zijn huis. De tussenliggende 10 uur zijn gevuld met het tekenen van storyboards, het geven van aanwijzingen aan zijn tekenaars, en het voeren van discussies met zijn levenslange producer, Toshio Suzuki, over wanneer zijn films toch eens af zullen komen.

Studio Ghibli huisvest naast Miyazaki nog een zwaargewicht van de Japanse animatie, Isao Takahata. ‘Paku-san’, zoals Miyazaki hem steevast noemt, was oorspronkelijk Miyazaki’s regisseur, tot de pupil besloot dat het tijd werd om te regisseren – en volgens velen zijn meester voorbij te streven. Uit de documentaire blijkt de rivaliteit tussen beide mannen – Miyazaki en Takahata hebben ieder een eigen team van animators, en werken in afzonderlijke gebouwen – maar ook hoe verknocht ze ondanks alles aan elkaar zijn. De grootste gemene deler vormt echter de geweldige moeite van Miyazaki en Takahata met het afronden van een film.

De film volgt namelijk de moeizame totstandkoming van Miyazaki’s Kaze Tachinu (‘The Wind Rises’) en in mindere mate de productie van Takahata’s Kaguya Hime (‘Princess Kaguya’), en één ding is zeker: zonder Suzuki waren beide films nooit afgekomen. Terwijl de tekenaars zwoegen met de grillen van hun regisseurs (voor Miyazaki is het tekenwerk van anderen eigenlijk nooit goed genoeg), reist de kettingrokende producer het land door om films te promoten waarvan niet zeker is dat ze wel op de afgesproken datum zullen verschijnen. “Paku-san streeft er zelfs naar om het niet af te maken”, verzucht Suzuki meermaals. Voor Takahata werd er zelfs een extra producer aangenomen, die, sinds hij aan het project begon, trouwde, twee kinderen kreeg en de oudste naar de kleuterschool zag gaan.

De afloop is dan wel bekend (beide films verschenen in 2013 en bleken de laatsten van beide regisseurs), het voelt als een privilege om het productieproces van dichtbij te kunnen volgen. Van de regelmaat die Miyazaki nodig heeft om te kunnen functioneren (hij beoefent onder meer steevast ochtendgymnastiek en koopt elke week op hetzelfde tijdstip bij dezelfde vrouw Yakult) tot de ongelooflijke (maar vermoedelijk slechts ogenschijnlijke) wanorde waartussen de animators honderden kilometers papier voltekenen: het is een intrigerende documentaire geworden. Sunada blinkt bovendien uit in het schieten van prachtige plaatjes: niet zelden richt ze de camera op de natuur in en om het gebouw, daarmee het voortvliegen van de tijd registrerend, terwijl de films maar niet afkomen. Studio Ghibli blijkt achter de schermen een koninkrijk der waanzin, maar de dromen die er werden gemaakt waren oh-zo-schitterend.

 

Print Friendly, PDF & Email

1 thought on “Kijktip: Ghibli-docu Yume to Kyoki no Okoku

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *