Japan ziet beren op de weg

Het scheelt maar één letter, maar het gaat werkelijk om beren en ditmaal niet per se om de buren om Japan heen, die voor hoofdbrekens en uitdagingen zorgen. De zorg gaat niet over internationale betrekkingen, maar om betrekkingen tussen mens en dier. De zwarte beer laat zich steeds vaker zien.

De afgelopen maanden kwam de Japanse beer regelmatig in het wereldnieuws. In Japan leven twee soorten beren, de grote bruine beer zou je kunnen treffen op het noordelijke eiland Hokkaido, terwijl op het centrale Honshu de kans op het tegenkomen van de kleine neef, de zwarte Aziatische kraagbeer volgens de berichtgeving al maar groter wordt. Er worden steeds meer waarnemingen en zelfs incidenten gemeld waarbij mensen slachtoffer worden van een agressieve of brutale zwarte beer. Als de beren zelf ook een krant hadden zouden zij omgekeerd ook steeds meer berichten zien over ontmoetingen met onder meer dwalende toeristen. Beren en mensen leven naast elkaar, maar komen elkaar meer en meer tegen in Satoyama, het mozaïek van gemengde bossen, rijstvelden, weiden, beken en reservoirs voor irrigatie.

beren

Beren wonen al heel lang op de Japanse eilanden, ze zijn in Japan terecht gekomen toen de eilanden nog aan het vasteland van centraal Azië vastzaten. Gewoon lopend dus en op eigen kracht. Met zijn tweetjes. En heeeeel lang geleden. De zwarte kraagbeer heet dan wel deftig Ursus Tibetanus, maar is zeker niet tegelijk met het boeddhisme vanuit die regio met de boot meegekomen. De grote bruine beer (Higuma ヒグマ) is een joekel van een beest maar houdt zich ondanks zijn forse omvang schuil in de wouden van Hokkaido.  De kleinere kraagbeer (Tsukinowaguma 月輪熊), is ondernemender en laat zich op heel Honshu zien. Eerder ook op de beide andere grote eilanden, maar het lijkt of hij zich daar al een grote poos niet meer senang voelt. Uitgestorven, zegt men. Formeel spreekt de wereld over een kraagbeer, maar de Japanse naam is eerder liefkozend: Maanbeer. Beide namen duiden op de kenmerkende wit-gele streep boven over de borst. Japan ziet daar poëtisch de maansikkel in, de rest refereert aan een kraag zoals van zo’n  kekke crickettrui.   

De beide immigrerende neven troffen in Japan een prima plek om te wonen, te jagen en verzamelen en besloten nooit meer weg te gaan. Geen tijgers, geen wolvenpopulaties van betekenis. Ruim 80 procent van Japan is bebergd en bedekt met naald- en loofbos. Tot tamelijk recent door mensen eigenlijk gemeden, want ontoegankelijk en niet te nutten voor agrarische activiteiten. Ideaal dus voor beren die er hun dieet vangen en vergaren: vruchten, noten, kastanjes en eikels, insecten, vis en nu en dan een vogeltje of knaagdiertje. Ze eten honing, maar óók – hartig – de bijen. Beren zijn omnivoren, maar omdat in Japan plantaardig voedsel zo rijk voorhanden is, voedt deze beer zich vooral als een planteneter.

Waarom laten de beren zich zien?

Er zijn van die jaren waarin de oogst tegenvalt. Daar hebben mensen last van, maar beren ook. In Nederland droegen de eiken de afgelopen jaren op rij bijvoorbeeld karrevrachten eikels, terwijl dit jaar de ‘oogst’ niet van betekenis is. Daarmee kon je in september ook zonder helm gewoon veilig in de tuin zitten, maar voor beren, die eikels als staplefood gebruiken is dat echt problematisch. Er moet naar alternatieven gezocht worden, desnoods verder van huis. Doorgaans in de eerder genoemde satoyama-gebieden die de overgang vormen tussen natuur en gecultiveerde landbouwgrond. Tussen dieren en mensen dus. Deze overgangszone vergrijst als het om mensen gaat, maar verzwart door de beren. Dorpen ontvolken en zijn niet meer zo bedrijvig en luidruchtig als voorheen. Daar hoef je als beer niet meer zo op te passen.

Waarom laten de mensen zich zien?

Als de Japanse alpen dan niet voor teelt van gewassen kunnen worden gebruikt, dan toch zeker wel voor de wintersport. Japan ontdekt de schoonheid en het – recreatief en ecologisch – nut van de oerbossen. Toeristen uit binnen- en vooral buitenland worden steeds meer in staat gesteld om de woeste natuur te beleven. Ook zonder sneeuw. Er worden hike- en wandel-routes uitgezet langs bijvoorbeeld de Azusa-rivier in de afgelegen Kamikōchi-vallei en ook de Nakasendō, en van de traditionele routes tussen Kyōto en Tokyo kan per benenwagen genoten worden.

Waarschuw en wees gewaarschuwd

De Japanse overheid zet borden aan de weg om te waarschuwen voor beren, maant mensen om geen afval te laten liggen en heeft een kumamap op het internet geplaatst waarin de waarnemingen van beren steeds geactualiseerd worden. Kuma (熊) is beer, de website houdt alle incidenten tussen beer en mens bij, het zijn er meer dan 99000. Wie inzoomt ziet overigens dat de beer niet alleen rond de Japanse alpen actief is, maar zelfs de berg achter de Fushimi Inari schrijn in Kyōto als mogelijk interessante voedselbron – achtergelaten etensresten? –  ontdekt heeft. Er worden in de afgelopen weken verrassend 53 incidenten gemeld. Wees gewaarschuwd dus.   

Toen we eens in Kyōto aan het winkelen waren kochten we een extra dagtour-rugzak. Daar zat heel kawaii, een klein schattig belletje aan dat vrolijk rinkelt tijdens het dragen. Een leuke gadget dachten wij, wij raken elkaar nooit meer kwijt. (Empirisch vastgesteld sindsdien.) Het belletje werd er echter opgespeld om beren te waarschuwen voor onze komst.

Beren zijn niet gediend van die irritante hoogfrequente belletjes en – eigenlijk in principe – banger voor mensen dan andersom. Geluid verstoort ze in hun bezigheden of strooptochten. Daarom vind je – voor wie nog durft – langs de bovengenoemde Kamikōchi-hike en de Nakasendō-tocht overal palen langs de weg met een bel die je kunt luiden. Doen! zegt de overheid.   

Wat is het probleem?

Beren en mensen zijn in Japan al eeuwenlang elkaars buren. Ze houden welwillend rekening met elkaar, maar komen niet bij elkaar over de vloer. Dat neemt echter toe. Japan probeert dat in banen te leiden met onder meer de bellen en de Kumamap en is bezorgd over het welzijn van achterblijvers in het leeglopende platteland. Japan is echter nog veel meer bezorgd over het wegblijven van toeristen die afgeschrikt worden door de beren en in elk geval door de toenemende berichtgeving in de internationale pers. De Japanse economie is in toenemende mate afhankelijk van het toerisme uit het buitenland. Een recentelijke opleving van een burenruzie over de Senkaku-eilanden nabij Taiwan, maakt dat duidelijk. Een wat te directe uitspraak door de Japanse premier werd door China beantwoord met een boycot van Chinese toeristen die niet meer naar Japan mochten reizen. Dat wordt in de portemonnee zeer gevoeld.

Japan moet het vooral van China hebben als het om aantallen toeristen gaat. Maar nu de beren ook de krant halen in onder meer de VS, Engeland, België en Nederland, leidt dat in deze landen niet tot negatieve reisadviezen, maar wel tot het afgeven van waarschuwingen en in elk geval spektakel: “Japanse leger bindt strijd aan met beren na recordaantal aanvallen en doden”. De kop doet je huiveren. Zeker als je beer bent. Of toerist die zich verheugt op een aanstaande reis. Verder lezen leert echter dat het leger even aanvullend is op de structurele berenbestrijdingsdienst die er altijd al is en dat zich dit alles afspeelt in “Kazuno, een plaats verscholen tussen de bergen”.  

De oplossing?

Of de inzet van het leger noodzakelijk is, kunnen we vanaf hier uiteraard niet beoordelen. De reuring rond de wolf in Nederland is wellicht een overeenkomst. Wie van wolven houdt ziet geen probleem, wie schapen houdt duidelijk wel, zeker op en rond de Veluwe. In Japan zijn beren en mensen minstens even lang in elkaars nabijheid. Eeuwenlang als goede buren. Ieder zijn en haar eigen plek. Klimaatverandering zorgt (ook) voort minder berenvoedsel. Mensen zoeken de leefgebieden van de beer ook op, is het niet voor verstedelijking dan toch in elk geval voor recreatie en toerisme. Laten mens en beer tijdens hun blijkbaar onvermijdelijke ontmoetingen op de weg rekening met elkaar houden, als goede buur. Elkaar niet overlopen en vriendelijk groeten.

Ter illustratie bevelen we een vlog aan van Nagisa, een Japans meisje dat in haar eentje (dát kan immers uitstekend wel in Japan) een day-hike onderneemt langs de Azuna rivier in het al eerder genoemde Kamikōchi-dal in Nagano. De natuur is inderdaad adembenemend – zelfs of vooral in de regen. De duidelijk genietende Nagisa is gewapend met belletjes en een schelle scheidsrechtersfluit. Langs de weg kan overal ook de berenbel geluid worden. Dit dal is alleen ’s zomers geopend, van april tot november. De overheid geeft aan dat dit wegens het gevaar op insneeuwen is, maar het bijkomende voordeel is dat de beren in elk geval een deel van het jaar het zonder mensen hoeven te stellen. De beren hebben dan de weg.

Dit bericht werd geplaatst in Dieren, Toerisme, Veiligheid en getagd , , door Cees Omes . Bookmark de permalink .

Over Cees Omes

Onderwijskundig adviseur/programmeur, docent en trotse vader van drie zonen die volledig "into Japan" zijn. Twee daarvan hebben in Leiden de studierichting Talen en Culturen van Japan afgerond, de derde is een Anime-Otaku. Naast Cool Japan en eeuwenoude culturele tradities beschouwt hij vooral Sociaal Japan. Cees verwondert zich over de sociale cohesie en oplossingen die Japan kiest voor vraagstukken wanneer mensen met elkaar omgaan. Op straat, in het gezin, het onderwijs en in de zorg.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *