De vrijwilligers van Stichting Japanhof werken aan de realisatie van de Japanse tuin in het Máximapark in Utrecht en werken enthousiast enkele ochtenden per maand om deze nog meer in een Japanse richting te duwen. De ontstaansgeschiedenis werd al eerder toegelicht. We bekeken als leidraad het boek Zen and the fine arts van Shin’ichi Hisamatsu uit 1971. In dit derde artikel vragen we ons af hoe Japans onze Japanse tuin is.
Vanaf de tekentafel
Op de tekentafel van 1997 was in het gewenste park in nieuwbouwwijk Leidsche Rijn (Utrecht) een azaleatuin getekend als figuurlijk hoogtepunt van een wandelpad over Japanse bruggen. Het moest een Aziatische vallei worden met een houten paviljoen als beeldbepalend element. In samenspraak met opdrachtgever (gemeente) en belanghebbenden (omwonenden) kreeg het de naam ‘Japanse tuin’, geboekstaafd in een cortenstalen bord bij de ingang.
Het opvallendste kenmerk van deze Aziatische vallei zijn drie langgerekte, slingerende rododendron-heuvels. Ertussen liggen twee verbonden vijvers, die het beeld oproepen van een meanderende rivier met uitgesleten bochten. Vier grasvelden liggen aan weerszijden hiervan in open, ronde hofjes, aangewezen als picknickvelden. Een slingerpad verbindt alle hofjes en kruist het water. De begroeiing is half Oost-Aziatisch (rododendron- en azalea-struiken, ginkgo bomen, Japanse esdoorn, Koelreuteria bomen), en half Amerikaans (ook rododendron-struiken, amberbomen, tulpenbomen, zilveresdoorn), verbonden door de Pontische rododendron (uit Oost-Europa).
Eind september 2025 zijn twee overdekte bruggen en het houten paviljoen opgeleverd, een amalgaam van een open paviljoen, een pagode-achtig dak, een moderne afwerking en een stenen ondergrond. Begin november zijn grote granieten keien uit Duitsland in de eerste hofjes gelegd. Daarmee is lang niet alles ‘authentiek Japans’. De vraag is: is dat nodig om de tuin een echte Japanse tuin te mogen noemen, of is het voldoende om vergelijkbare planten, stenen en houtsoorten te gebruiken voor de gewenste sfeer? Het belangrijkste dat we leren van Hisamatsu: het gaat niet om wat we in de tuin plaatsen, maar hoe we het in de tuin plaatsen.

Zeven maal Zen: Creëer een natuurlijk landschap met een subtiele atmosfeer
In de vorige bijdrage Hoe wordt een tuin een Japanse tuin zijn de zeven belangrijkste kenmerken van een Japanse tuin uitgelegd met als belangrijkste regel: creëer een natuurlijk landschap met een subtiele atmosfeer. Een korte terugblik:
| Shizen | Natuurlijkheid | De tuin moet de indruk wekken dat hij op natuurlijke wijze is ontstaan |
| Fukinsei | Geen regelmaat | Voorkom symmetrie, maar zorg voor balans van tegengestelden |
| Datsuzoku | Onthechting | Neem even vrij van jezelf en wordt één met het landschap |
| Kanso | Eenvoud/zuiverheid | De tuin is spaarzaam, zonder rommel of tierelantijntjes; bloemen met mate |
| Seijaku | Rust/stilte | Niets schreeuwt om aandacht, maar het verstilde landschap trekt je naar binnen |
| Koko | Verheven droogheid | Uitgebeend en tanig, alsof het landschap door de eeuwen is verweerd |
| Yugen | Diepe subtiliteit | Diepgang en gelaagdheid, zowel letterlijk als figuurlijk |
De tuin langs de meetlat
Natuurlijkheid
De eerste versie van de Japanse tuin (vanaf 2013) was een nogal generieke versie van een Aziatische vallei met strakke groene heuvels en jonge bomen. Wie op de naam ‘Japanse tuin’ af kwam, kon geen Japanse tuin ontdekken (echt – mijn Chinese buren zijn er twee keer doorheen gewandeld zonder hem te vinden). De benodigde details ontbraken. Alleen tijdens het bloeien van de rododendrons werd de tuin echt gewaardeerd, maar dan oogde het meer als een Engelse landschapstuin.
Eind 2022 mochten vrijwilligers aan de slag om de tuin interessanter en Japanser te maken, maar binnen strikte randvoorwaarden: de ronde grasvelden moesten blijven en de bomen mochten niet aangepast worden. Het zoeken was naar Japanse voorbeelden die pasten bij de bestaande situatie. En die zijn er!
Voorbeeld 1: De ronde grasvelden omgeven door heuvels (of miniatuurbergen) doen denken aan cirques, rond uitgesleten gletsjervalleien, in de Japanse Alpen. Een voorbeeld is Senjōjiki Kaaru in het Kisogebergte (Centrale Alpen): ’s zomers een bloemenweide met alpiene planten en ’s winters een skigebied. Hierom worden de rododendrons rond de grasvelden in de vorm van bergtoppen gesnoeid. Langs de randen van de grasvelden worden perkjes met bloeiende planten aangelegd – ondertussen met enkele rotsen ertussen. Om het verhaal van de bergen beter te vertellen, kunnen we nog meer steen en rotsen gebruiken, maar hieraan hangt een prijskaartje.
Voorbeeld 2: De meanderende vijvers tussen de heuvels doen denken aan bergrivieren zoals die tweeënhalf uur rijden noordelijker gevonden kan worden in de Kamikōchi-vallei (Hida-gebergte). Hier vinden we de Azusa-rivier met steenbanken en groene oevers, omringd door groene bergen. In de herfst kleuren de loofbomen en lariksen hier prachtig rood-goud, terwijl de dennen en ceders hun groene tinten behouden. Dit beeld kan in de Japanse tuin verder versterkt worden door meer stenen op de oevers te leggen.
Door zowel het aanleggen van meer plantvakken als het plaatsen van meer rotsen, komen we dichter bij een authentiek beeld van de Japanse natuur, zonder een letterlijke kopie te maken. Zo is de oever onder het paviljoen reeds bedekt met losse stenen en moet dit nog worden doorgetrokken over de hele vijverrand voor het ultieme bergrivier-gevoel. Meer coniferen door de hele tuin kunnen dit verder versterken.
Geen regelmaat
De tuin is van meet af aan aangelegd met asymmetrische en organische vormen, en ook de bomen zijn op natuurlijke wijze verspreid neergezet. De vrijwilligers die de plantvakken aanleggen, trekken deze lijn door, zeker bij het plaatsen van rotsen. Van meet af aan is dit landschap natuurlijk en “op z’n Japans” neergezet.
Onthechting
Wie over het Japanse bruggenpad gaat wandelen in het Máximapark, vindt niet alleen een Japanse tuin, maar ook een Vlinderhof, een Taxodium-eiland, een oude appelboomgaard, en inspirerende kunstwerken. Stuk voor stuk willen deze je uit je dagelijkse sleur trekken, je blik verruimen, je gevoel verdiepen. Meer dan deze andere plekken, willen we in onze tuin ‘het Japanse’ naar Nederland halen en een oosters gevoel voor bezinning en meditatie bieden. Als we hierbij ook een gevoel van harmonie, elegantie en ouderdom oproepen, is de missie helemaal geslaagd.
In de praktijk wordt er al veel gewandeld, gepicknickt, aan yoga en tai-chi gedaan, en een enkele keer gemediteerd, dus we hebben de indruk dat ontspannen in onze tuin al goed lukt.
Eenvoud/zuiverheid
Het kan ook te eenvoudig. Geweldige organische architectuur kan op papier speels en spannend lijken, maar wanneer de zuivere lijn zo wijds is dat ze de menselijke blik overstijgt, wordt het schijnbaar plat en eentonig. Dan wordt het noodzakelijk om details toe te voegen. Details niet ter versiering, maar om het verhaal van het landschap te vertellen. Variatie in structuur, meer groentinten in lente en zomer, meer rood-en-goudtinten in de herfst: dit is waar de vrijwilligers aan werken. In het voorjaar zullen de bloeiende rododendrons een maand lang alle aandacht opeisen, zoals de azalea’s in Japan ook plegen te doen, maar met een beperkt kleurengamma.

Rust
Meer detail dus, maar toch de rust handhaven. Het ultieme voorbeeld van rust is mos, maar daarvoor is onze locatie te zonnig – de rol van deze bodembedekker wordt door andere planten waargenomen. Om beurten zullen ze bloeien, maar met bescheiden bloemen. Een tweede bron voor rust is de leegte (Ma) tussen de blikvangers, hèt kenmerk waaraan veel mensen een Japanse tuin herkennen. Een derde bron, het schijnbaar onverstoorde landschap, zal tot stand komen als alle bodembedekkers zijn volgroeid en er geen nieuwe perkjes meer bij komen. De eerst aangelegde perkjes beginnen dit punt te bereiken.
Verheven droogheid
Het idee krijgen dat je naar een oeroud landschap kijkt, met verweerd steen en hout, met bomen die de elementen hebben getrotseerd – daar streven we naar. Rotsen hebben deze uitstraling van nature. De houten bruggen en het paviljoen zullen binnen enkele jaren vergrijzen. De ginkgo bomen hebben de aanleg om zo te groeien. De dennen worden ieder jaar in vorm gesnoeid, maar kunnen nog wat meer worden uitgebeend. De Amerikaanse bomen stralen vooral hun jonge leeftijd uit: ze neigen naar het lolly-op-een-stokje model van een kindertekening. Hier valt nog veel winst te boeken, maar vooralsnog mogen de vrijwilligers niet aan die bomen komen. De tijd zal een cruciale factor blijken: hoe ouder de tuin wordt, hoe dichter het naar het ideaal toe zal groeien.
Diepe subtiliteit
We hebben de letterlijke lagen in het landschap: verticaal de hoogteverschillen, horizontaal een coulisselandschap met doorkijkjes. Beide versterken de ervaring van diepte in de tuin, waardoor je je dieper in de natuur waant.
Er is ook de figuurlijke diepgang: symboliek. Hiervan zie je meer, als je er meer over weet. Stromend water kan symbool staan voor het leven – vooral als het van oost naar west stroomt – met een rustig leven als het water rustig is. Alle planten staan voor ‘natuur’, maar kunnen ook speciale betekenissen hebben; zo staan blauwe lissen bekend als aandenken aan verloren vrienden, en zijn de rododendrons in onze tuin ook begroeide bergen. Bergen en rotsen staan daarnaast voor rust en onveranderlijkheid, maar kunnen individueel of in groepjes extra betekenissen krijgen: sinds kort hebben we een steengroep waarin je een jong gezin kunt herkennen. Bruggen, zowel de houten als de stenen, symboliseren een overgang tussen twee fasen, of een overgang tussen het leven en het hiernamaals. Wie ervoor openstaat, kan er een spirituele beleving van maken.

Conclusie: hoe Japans is het dus?
We zijn er nog niet, maar met de vorderingen van het afgelopen jaar kun je wel zien hoe het kan worden. Er zijn nog de nodige wensen die eerst gefinancierd moeten worden, en er is tijd nodig om de begroeiing volwassen te laten worden, en ook dan kan er aan meer detail worden gewerkt. Daarnaast zal het snoeien van de rododendrons een terugkerende inspanning blijven, om te zorgen dat de bergen als zodanig herkenbaar blijven.
Een deel van de symboliek die zo kenmerkend is voor Japanse tuinen, komt gratis-en-voor-niets met de gebruikte planten en materialen mee; een ander deel kan in de loop der tijd bewust worden toegevoegd om het verhaal van de Japanse Alpen te versterken. De basis is echter in orde: dit kan groeien naar een tuin met een authentiek Japanse atmosfeer. Wordt het een strikte Heian- of Edo-stijl tuin? Dat niet, en ook geen typische theetuin (roji), droge tuin (karesansui), of aristocratische wandeltuin. De moderne trend in authentiek Japanse stadstuinen is een zo natuurlijk mogelijke tuin, en dat past bij ons.
Niet nodig, maar zeker nice to have, zijn stenen tuinlantaarns (‘vuur’ symbool ), een stenen pagode van een passende afmeting, een echte waterval, bamboe hekjes die delen visueel scheiden, of een Torii (een Shinto poort) die naar een denkbeeldig heiligdom leidt. Naast de spirituele diepgang, zorgen deze ervoor dat ook een toevallige voorbijganger sneller de Japanse tuin als zodanig zal herkennen. We blijven eraan werken!
Woon je in de buurt en wil je meehelpen? Kijk dan op de Japanhof-website voor onze werkdagen. Bezoeken kan iedere dag en het hele jaar door tussen zonsopgang en zonsondergang.
Meer informatie

Shin’ichi Hisamatsu (auteur),
Gishin Tokiwa (Vertaler)
Kodansha, 1982
Engelstalig
Paperbackuitgave
4770010079

Stichting Japanhof wordt gevormd door de vrijwilligers van de Japanse tuin in het Máximapark in Utrecht.
Stichting Japanhof
Werkschuur Máximapark
Uilenboslaan 3 Utrecht




