Goshuin: where the past teaches the future

Goshuin zijn tempel-stempels. Wie in Japan een bezoek brengt aan een tempel of schrijn kan een stempel laten toevoegen in zijn of haar (s)tempelboek. Naast alle andere mogelijke souvenirs, amuletten of omikuji is dit een prachtig en krachtig bewijs van het daar geweest zijn. Het verleidt ook om meer tempels te gaan bezoeken, want de stempels vragen om gespaard te worden. Deze eeuwenoude spaarrage levert niet alleen karmapunten op, maar is ook een oude marketingtruc waar we vandaag nog van kunnen leren.

Wie in Nederland een city-tripje onderneemt, gaat voor het winkelhart. Er zijn er niet zo veel die Zwolle, Dordrecht, of wat verder Oberhausen aandoen voor de kerk. De wat oudere city-trippers nemen een kerk wel mee in hun stadswandeling, nemen de moeite om er binnen te gaan en vooruit, steken er een kaarsje op. Het jongere publiek doet de mall, de outlet, de cafés of de coffeeshop. De nog jongeren, kinderen die met vader en moeder mee moeten ‘want het is toch leuk’, zijn ook op locatie nog steeds meer geïnteresseerd in hun telefoon dan in de attractie. De afbeelding hiernaast illustreert dat.

Binnen versus buiten

De kerk – en in mindere mate de moskee – heeft hier iets laten liggen. In Nederland is het godshuis tegenwoordig alleen open voor een gebedsdienst of uitvaart. Het zijn overigens donkere, kille en tochtige holen. En op slot. Beelden en versieringen zijn al enkele eeuwen geleden onthoofd of verwoest tijdens de Reformatie. In de moskee worden alleen geometrische patronen afgebeeld. Ons rest dan de architectuur, kerken zijn louter nog cultuurhistorische landmarks. Dorpen zijn nog steeds vanaf de snelweg te herkennen aan de torenspits, maar deze wijst niet meer naar de hemel. Kerken en moskeeën hebben het grote nadeel dat je er binnen moet gaan om god te ervaren. Liefst in gezamenlijkheid. Bovendien hebben ze het klimaat niet mee. Collectes en bijdragen moeten besteed worden aan het immer lekkende dak of aan de ‘torenhoge’ verwarmingskosten. het eerder genoemde kaarsje moet in een hoekje achter in de kerk worden opgestoken en ook een zelf geschreven gebedje of wensje wordt niet centraal geplaatst.

In Japan ga je de tempel niet in, maar ervaar je je geluk aan de buitenzijde. In het boeddhisme wordt rond een stupa gelopen, er wordt niet ingekeken. Ook een shintoschrijn herbergt alleen de kami en niet de bezoekers. Een gebedshal is voor contemplatieve professionals, monniken en nonnen. De bezoeker bezoekt het tempelcomplex, doet zijn of haar gebed individueel buiten in de open lucht, en zoekt iets uit om mee naar huis te nemen. Het aanbod in de talloze stalletjes en kraampjes bij het complex is divers en veel. Wensen of gebeden worden op houten plankjes, of ema, ingevuld en op centrale plaatsen opgehangen. Amuletten worden te kust en te keur aangeboden.

Stalletjes

De kerk is niet alleen dicht, maar er zijn ook geen stalletjes meer. In het gunstigste geval is er nog één, tijdens de kerstdagen. Toch is dat hier ook anders geweest en kun je dat nog een beetje proeven wanneer je een bedevaartsoord bezoekt. Kevelaer in Duitsland heeft nog steeds meerdere winkels waar alléén votiefkaarsen worden verkocht! Enige decennia geleden spaarden bedevaartgangers (gewone mensen, dagjestoeristen, scouts en verkenners, niet per se boetedoeners) nog geëmailleerde schildjes voor op de wandelstok. Deze werden vervangen door stickers voor op de achterruit, en uiteindelijk natuurlijk gewoon door flippo’s. Nederlandse auto’s hebben echter geen stickers meer, hun kinderen sparen tegenwoordig Pokémon en kerken hebben steeds minder gelovigen.

Hoe anders is dat in Japan. Elke Japanner heeft nog steeds een thuis-tempel of schrijn waar hij of zij door het jaar heen zeker enkele malen naar toe gaat. Het is dé plek die bezocht wordt tijdens de Hatsumode, de eerste week van elk nieuw jaar. Maar een Japanner op reis wandelt ook graag een tempelcomplex in een andere wijk of stad in. Deels om even te bidden, deels vanwege de cultuurhistorische waarde van het betreffende complex, maar ook omdat iedereen dat doet. Het complex is levendig en levend, de beelden, stalletjes en mensen zijn integraal onderdeel van het complex. Elke tempel heeft haar eigen amuletten of omikuji, en sommige zijn bijvoorbeeld alleen in bepaalde weken van het jaar te verkrijgen. Japanners sparen graag – zie ook de blog over gashapon – en ze komen graag meerdere keren terug. Het klimaat speelt natuurlijk ook mee, Japan is mild voor haar tempels. En mocht het sneeuwen, dan zijn ze overigens nog steeds prachtig. Tenslotte kan er ook her en der gegeten of gesnackt worden in het complex; de geestelijkheid heeft haar kostje gekocht.

Tempelstempels

Elke tempel of schrijn heeft ook een eigen zegel. Deze met rode inkt gekleurde stempels zijn eeuwenoud en uniek voor de betreffende tempel of schrijn. Grotere complexen hebben zelfs meerdere zegels voor elke Kannon of kami die er zetelt. Deze zegels zullen zijn gebruikt voor formele gelegenheden en documenten, maar vandaag worden ze vooral aan pelgrims en bezoekers als stempels aangeboden als herinnering aan hun aanwezigheid op de betreffende datum op deze bijzondere plaats. Ook de geestelijkheid weet dat Japanners graag sparen. Om bezoekers te enthousiasmeren om niet alleen de eigen tempel aan te doen, maar ook in de rest van het land heiligdommen te bezoeken is er – ook vandaag nog steeds – het tempelstempelboek. Bezoek niet alleen je eigen tempel, bezoek ze allemaal! Gevorderden sparen zelfs speciale collecties: bijvoorbeeld Goshuin-meguri: alleen stempels van tempels die geassocieerd worden met de Shichi Fukujin, de zeven goden van voorspoed.

De traditie van het sparen van zegels ontstond gelijk met het ondernemen van erkende   pelgrimstochten. Heilige plaatsen als Fujisan en Mt. Koya konden worden aangedaan maar ook het circuit van de 88 tempels op Shikoku werd een goede reden om een stempelboek in de knapzak mee te nemen. We herkennen hier beslist ook de vierdaagse en elfstedentochten waar elke controlepost afgetekend moet worden.

Wat beter dan een boek waarin alle zegels gecollectioneerd kunnen worden? Het betreffende boek heet ‘go shu in chō’, het eerbiedwaardige rode stempelboek. Hiernaast zie je dat dan ook op het omslag staan.

御 – (go) – honorific ‘O’ aan het begin van belangrijke woorden. (‘O cha’ en ‘O’sushi) In dit geval uitgesproken als ‘Go’.
朱 – (shu) – vermiljoen of tempelrood
印 – (in) – stempel
帳 – (chō) – boek

De tempels hebben de handen ineen geslagen: tegenwoordig passen de stempels alle in het handzame A5-formaat boekje. Op elke pagina van het boekje dat als een harmonica in en uitgevouwen kan worden, wordt door een kalligraaf (meestal een van de priesters van het complex) met zwarte inkt en penseel opgetekend waar je bent en wanneer je een bezoek brengt.

Als de inkt droog is worden daarover heen een of meerdere rode stempels geplaatst. Tenslotte wordt een vloeipapiertje ter bescherming van de tegenoverliggende pagina ingelegd. (zie hiernaast)
Het kijken naar de kalligrafie die voor je en voor jou ontstaat is een voorrecht. Het stempel kost je ongeveer 300 yen (3 euro) en is een kleine prijs voor het geluk dat je werkelijk ten deel valt.

De indeling van de pagina is ook zo veel mogelijk gestandaardiseerd. In het midden tref je de meest eerbiedwaardige aanduiding van de tempel of schrijn. Kleiner aan de linkerzijde bevindt zich de officiële naam. Helemaal rechtsonder verschijnt de datum.

Hieronder een aantal stempels uit ons eigen boek. Het is voor de helft gevuld. Het herinnert ons aan momenten in onder meer Nikko, Kyoto’s Ginkakuji, Kiyomizudera, Kamakura. We moeten echt snel weer terug.

Niet elke kalligraaf vindt het overigens plezierig wanneer hij of zij gefotografeerd wordt. Geniet vooral van het moment zelf en probeer het maar niet vast te leggen in foto. Zoals Japanners zelf denken: “Ichigo Ichie: each moment only once“. Wees in het moment, daar kan geen foto tegen op.

Japan: where the past meets the future, is de titel van de reclamecampagne op televisie die we dezer dagen frequent voorbij zien komen. Een prachtig en verleidelijk mooi filmpje waar de koppeling tussen verleden en heden bijvoorbeeld gemaakt wordt met de robots die in de zorg gebruikt worden. Er zijn echter wel meer ideeën die in het verleden ontstonden en het vandaag nog verbazend goed zouden doen. Het goshuin-boek is er daar beslist een van.

Print Friendly, PDF & Email
Dit bericht werd geplaatst in Filosofie en Religie en getagd ,,,,, door Cees Omes . Bookmark de permalink .

Over Cees Omes

Onderwijskundig adviseur/programmeur, docent en trotse vader van drie zonen die volledig "into Japan" zijn. Twee daarvan hebben in Leiden de studierichting Talen en Culturen van Japan afgerond, de derde is een Anime-Otaku. Naast Cool Japan en eeuwenoude culturele tradities beschouwt hij vooral Sociaal Japan. Cees verwondert zich over de sociale cohesie en oplossingen die Japan kiest voor vraagstukken wanneer mensen met elkaar omgaan. Op straat, in het gezin, het onderwijs en in de zorg.

2 thoughts on “Goshuin: where the past teaches the future

  1. Prachtig om te zien! Aankomend jaar ga ik ook naar Japan en wil ik natuurlijk zo’n boekje bijhouden. Waar worden die kalligrafische tekeningen gemaakt? Bij het loket waar je het kaartje voor de tempel koopt? Of is er een aparte plek voor? Of iets heel anders?
    Ik hoor graag van je 🙂

    • Bij de meeste tempels is er, ergens op het complex, een loket waar je het boek kan kopen en de kalligrafie en stempel kunt laten zetten. Dat loket wordt steevast aangegeven met, zoals ook in het artikel te vinden, 御朱印. Als je die aan een Japanse bezoeker laat zien, zullen ze je zeker de goede kant op wijzen. Alvast een goed verblijf gewenst 🙂 !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *