Go for it

Hij had zich laten inknopen in het glimmend gepoetst familieharnas, had de indrukwekkende en vervaarlijke kabutohelm opgezet. Hij had een mooi plekje op de hoge heuvel laten afzetten met aan drie zijden tentdoek tegen de wind en vrij uitzicht op het dal beneden. Op het klaptafeltje naast hem lag ‘de Kunst van het oorlog voeren’ van Sun Tzu, maar die kende hij als veldheer natuurlijk eigenlijk al uit het hoofd. Hij stak de gunbai, de ceremoniële waaier, omhoog. Het kon beginnen. Tijd voor een potje Go.

Hij zou gedurende de strijd niet van zijn plaats komen, de veldslag werd immers beneden door zijn soldaten op de vlakte uitgevoerd. Zijn opponent zat in zijn eigen tent aan de overzijde van het dal. Het strijdtoneel tussen hen in was tevoren van bosschages ontdaan, zodat men vanaf de hoge zit een prima overzicht had. De eigen manschappen hadden de banier van de clan als fietsvlaggetje op de rug gebonden. De soldaten van de andere partij beschikten eveneens over hun eigen fiere vaandeltjes. Onhandig, maar wel veilig. Tijdens het krioelen zou je tenminste niet door je eigen collega’s gestoken of gespiesd worden. De vlaggetjes dienden uiteraard voornamelijk voor de hoge heren op de beide heuvels die daarmee het overzicht konden houden en tellen ‘hoe de vlag erbij hing’.

Er zijn geen foto’s van dit soort veldslagen. De meeste prenten die van veldslagen verhalen, werden naderhand gedrukt. Wie het procedé van de ukiyo-e kent, beseft ook dat dit in real-time tekenen ondoenlijk zou zijn. Wij kennen de oorlogshandelingen uit het middeleeuwse Japan vooral van films als Ran of Kagemusha van regisseur Akira Kurosawa. En we weten daardoor ook dat met de komst van de haakbus de lol er grotendeels af is gegaan. De vlaggetjes werden schietschijven. Nou, bedankt Portugal. Game over.

De inzet van deze krachtmetingen was meestal landjepik. Daarnaast ook haantjesgedrag van steevast mannen. Om aan te tonen “wie het verst kon plassen” hoefde in Japan echter niet per se het gehele leger van de tegenstander tot op de laatste man uitgeroeid te worden. Omsingelen, het benemen van mogelijkheden volstond ook. De haakbus, voorloper van het musket en later het geweer, maakte ook in Japan een einde aan dit soort hoffelijkheden.

Toen er na de hereniging van Japan rond 1600 geen land meer te pikken viel en het duidelijk was dat shōgun Tokugawa Ieyasu absoluut “de langste had” was het definitief gedaan met de veldslagen. De heren verruilden het planbord door het spelbord en scherpten zichzelf en elkaar voortaan voornamelijk met Go. De kern van het oudste bordspel ter wereld is immers het omsingelen en veroveren van gebied. Wie het meeste gebied verovert, wint dan ‘in vredesnaam’ maar het spel.

Wat is Go?

Het woord Go is de Europese versie van de Japanse naam I-Go (囲碁 of 碁). Go werd (wellicht door Sun Tzu zelf?) bedacht in China onder de naam Weiqi en maakte samen met het Boeddhisme en tal van andere Chinese uitvindingen, ideeën en concepten rond 735 de oversteek naar Japan. Er zijn tot op vandaag in Japan miljoenen heren én dames die het spel omarmen. Go begon pas tegen het einde van de negentiende eeuw door te dringen tot Europa en in 1920 was het nog voorbehouden aan enkele enthousiaste schakers, die het licht hadden gezien. Inmiddels is dat wel anders. In veel Nederlandse steden is een Go-club actief waar spelers elkaar ontmoeten en op de proef stellen. De clubs zijn verenigd in de Nederlandse Go Bond.

De Nederlandse Go Bond (NGoB) is een vereniging van en voor haar leden en voor alle Nederlandse Go spelers. Zij bevordert het oprichten van Go-verenigingen met financiële en/of materiële bijdragen en adviezen waar gewenst, organiseert Nederlandse kampioenschappen en behartigt de gemeenschappelijke belangen van de leden bij onder meer NOCNSF.

Ook starters kunnen uitstekend terecht op de website van de Go Bond. Door middel van heldere instructiefilmpjes en interactieve quizvragen kun je snel de basisregels van het spel bemeesteren. Open hiertoe www.leergo.nl.

Go Bond: Leer Go in tien minuten

Go wordt gespeeld op een spelbord met 19 lijnen, horizontaal en verticaal. De kruisende lijnen vormen samen 361 kruispunten. De stenen verbeelden de soldaten. Japan heeft de mannen die eerder het veld ingejaagd werden teruggebracht tot de pure functionaliteit: iemand die een kruispunt voor jou bezet houdt. Deze stylering werd al ingezet op het veld. Om nu iedereen in het eigen leger van een uniform te voorzien ging wat ver, de meesten daar beneden waren immers horigen en boeren. Een fietsvlaggetje op de rug was goedkoper en even effectief. Eerste jaarsstudenten en scouts hanteren nog steeds een lint om de hals of een band om de arm bij levend stratego en andere bosspelen. Go bedient zich dus van louter geabstraheerde vlaggetjes in de vorm van zwarte en witte ronde stenen.

De basisregels van het spel zijn eenvoudig. De onderstaande zijn ontleend aan de website van de Go Bond. Ook Wikipedia gaat uitvoerig in op het spelen van Go.

Het plaatsen van stenen
Twee spelers, de een met zwarte stenen, de ander met witte stenen, plaatsen om de beurt, op een bord met 19 horizontale en 19 verticale lijnen, waardoor 361 kruispunten ontstaan, een steen op een punt. We noemen dat zetten. Zwart begint;

Vrijheden van stenen
Horizontale en verticale punten grenzend aan een punt noemen we vrijheden. Een punt kan dus 4,3,2,1 of geen vrijheden hebben, afhankelijk van de positie op het bord en al eerder geplaatste stenen. Bezetten meerdere stenen van één kleur elkaars vrijheden dan noemen we dat een groep en de groep kennen we het totale aantal vrijheden toe;

Voorwaarden voor het plaatsen van een steen
Je mag per beurt één steen op elk leeg punt zetten, mits:

  • die steen na het zetten ten minste nog één vrijheid heeft, óf
  • je met die zet de laatste vrijheid van een steen of groep van de tegenstander ontneemt en die steen of stenen direct verwijdert en bewaart (noemen we slaan) en
  • de gehele situatie op het bord niet eerder is voorgekomen.

Passen
Je mag je beurt overslaan (passen). Als beide spelers dat doen is het spel afgelopen.

Gebiedspunten
De punten die door jouw groep(en) zijn omsingeld of afgescheiden van de tegenstander worden gebiedspunten genoemd. Punten tussen twee groepen van ongelijke kleur worden dame genoemd.

Telling
Ieder telt de stenen die hij/zij heeft geslagen (en dus heeft bewaard tijdens de partij) en telt daarbij de eigen gebiedspunten op. Degene met de meeste punten wint.

[1898] Shuntei Miyagawa: serie Flowers of the Floating World: Playing Go
[1880] hand-ingekleurde foto door Kusakabe Kimbei

Go-moku

go
Go-moku

Wie dit soort inzichten nog ontbeert of eerste stappen wil zetten, kan op het Go-bord uitstekend aan de slag met Go-moku of Go-bang. Go-moku vertaalt zich als “vijf in vast verband”. Dit vijf-op-een-rij spel is nog moeilijk genoeg, maar duurt korter en wordt aan kinderen aangeboden als opmaat naar het echte go. De tegenstander wordt niet geslagen, en de stukken ook niet. Het draait om het omsingelen en voorkomen van de vijf stenen op een rij.
Go-moku speel je met twee. De een gebruikt de witte stenen, de ander de zwarte. Zwart begint. Altijd. Beurtelings zetten de spelers een steen op de kruispunten van de lijnen op het vierkante bord. Een steen die eenmaal is geplaatst, kan niet meer worden verplaatst of verwijderd. Degene die als eerste een rij van vijf stenen van zijn eigen kleur voltooit, wint het spel. De rij mag horizontaal, verticaal of diagonaal worden gemaakt. Als iemand een rij van vier kan maken met aan beide kanten nog ruimte voor een vijfde steen, dan is het spel beslist. Je dient dus al een rij van drie van de ander te signaleren en onschadelijk te maken door aan een kant een eigen steen te plaatsen. Om te winnen is het zaak om verschillende dreigingen zodanig te combineren, dat de tegenstander zich niet tegen alle dreigingen kan verdedigen. Uiteraard dien je ondertussen niet te vergeten dat ook de tegenstander een rij kan maken.

En ja, je kent het idee van dit spel al langer. Vroeger speelde je vier op een rij in een blauw plastic opstaande zeef. En daarvoor beslist ook boter, kaas en eieren op bijvoorbeeld een beslagen autoruit. Maar het aantal kruispunten of te bezetten plekken, is op een Go-bord veel groter en bovendien moet je geen drie, geen vier, maar maar liefst vijf stenen op een rij zien te leggen.

Overigens, in Japan is het de gewoonte dat een speler bij het leggen van de vijfde steen niet laat merken dat hij gewonnen heeft. De tegenspeler ongemerkt verslaan en daarna proberen nog eens een rij van vijf te vormen wordt belangrijker geacht dan het laten merken van blijdschap over de winst. Hoe subtiel, hoe hoffelijk. Go-moku mag gerust een verplicht vak worden in het Nederlands basisonderwijs.

Go for IT : de QR code

go

Ook de IT-sector is geïnspireerd door Go. Ingenieur Hara Masahiro, werkzaam bij Denso (een wereldwijde Japanse ontwerper en producent van automobielcomponenten), vond 25 jaar geleden de QR-code uit. Hara kwam tot zijn uitvinding uit nood. Hij besloot een manier te zoeken om de volgens hem inefficiënte barcodes om auto-onderdelen bij te houden te verbeteren. “Er stonden meer dan tien streepjescodes op één doos”, vertelt Hara. “Medewerkers werden het zat om dozen meerdere keren te moeten scannen en dit bracht ons ertoe een code te bedenken waarmee een grote hoeveelheid informatie in één scan kon worden overgebracht.”
Reeds bestaande producten en ideeën verbeteren zit bij Japanners diep in het DNA. Hara legt uit dat de inspiratie voor de technologie voortkwam uit zijn voorliefde voor het spelen van strategiespellen: “Vroeger speelde ik go tijdens mijn lunchpauze. Op een dag, toen ik de zwart-witte stukken op het rooster rangschikte, drong het tot me door dat het een eenvoudige manier was om informatie over te brengen. Het was een eureka-moment.”

En verhip, een QR-code wordt inderdaad gekenmerkt door een vierkant veld volgelegd met een patroon van zwarte en witte stippen. Met dit patroon is het mogelijk om 200 keer meer informatie op te slaan dan in een standaard barcode. Het aantal te genereren unieke QR-codes is welhaast eindeloos, net als bij een spel Go. Om de haverklap de volgorde en combinatie van cijfers en letters veranderen, zoals bij Nederlandse nummerborden, is gelukkig niet aan de orde.
Denso zegt over zichzelf: “We are a company that makes things happen by making what hasn’t happened yet, happen”. Ze koesteren Masahiro Hara.

[Begin 1800] Hishikawa Sōri: Shichifukujin spelen go. Benten kijkt toe terwijl Daiten en Ebisu het tegen elkaar opnemen.

Prentkunstenaar Hishikawa Sōri laat hierboven de Goden van het geluk tegen elkaar spelen. Vader Daikokuten neemt het op tegen zijn zoon Ebisu, terwijl Benten de luit even aan de kant heeft gezet om toe te kijken. Toch heeft Go niets met geluk te maken, maar alles met geduld en denkvaardigheden. Wanneer je een goed idee wilt krijgen van hoe kampioenen met elkaar om het bord zitten kan dat volgen op Youtube. Geniet van het Japans, maar zet ook desgewenst de Engelse ondertiteling aan.

Go your gang, wees niet bang

In goed Engels, ga je gang en probeer het spel zelf eens uit. Bedenk dat de regels simpel genoeg zijn om te durven starten. Besef echter dat in dit spel geen toeval bestaat. Er komt geen dobbelsteen aan te pas, het zal niet gaan regenen en de ‘vijand’ heeft hier geen haakbussen. Go is een denkspel voor twee. Dames evengoed als heren. De uitvinder van de QR-code speelt het tijdens de lunch, het hoeft dus niet eindeloos lang te duren. Wie geen tegenspeler kan vinden kan een keuze maken uit tal van apps die online voorhanden zijn (Tsumego, Little Go, Go free, Baduk pop, etc.).

Go is voor denkers en vraagt tijd, geduld en visie. Vooruit kunnen of willen denken, wat-als-scenario’s in het hoofd af kunnen spelen, strategische zetten kunnen doen en soms juist niet doen. Tact en tactiek uitoefenen. Net als vroeger in het veld houden de spelers aan het bord zich even hoffelijk aan regels.

Een eigen Go-ban maken?

Een Go-bord is in de spellenspeciaalzaken te vinden. Van eenvoudige kartonnen borden tot houten dozen met opbergruimte voor de stenen. In Japan gebruikt men een go-ban. Een kist waarmee de geknield gezeten spelers het bord op hoogte kunnen bedienen.

Spelletjes uit de hele wereld: Fijn om te maken en te spelen, door F.V. Grunfeld, Leon Vie en anderen. Deze klassieker werd in 1975 uitgegeven door Uitgeverij Kosmos met ISBN 9789021505299. In 280 pagina’s worden spelletjes en bordspellen getoond en besproken. De spelregels worden behandeld én er wordt een voorbeeld gegeven hoe je het spel zelf zou kunnen maken. Het spel Go wordt uiterst uitvoerig omschreven en de werktekening van de Go-kist (Go-ban) is dusdanig bruikbaar dat de auteur van dit artikel deze onmiddellijk in 1975 heeft gebouwd. De kist wordt nog vaak gebruikt. Het boek is her en der nog te verkrijgen en online bijvoorbeeld te bestellen bij de Slegte.

go
Print Friendly, PDF & Email
Dit bericht werd geplaatst in Entertainment, Gaming, Sport en getagd , , door Cees Omes . Bookmark de permalink .

Over Cees Omes

Onderwijskundig adviseur/programmeur, docent en trotse vader van drie zonen die volledig "into Japan" zijn. Twee daarvan hebben in Leiden de studierichting Talen en Culturen van Japan afgerond, de derde is een Anime-Otaku. Naast Cool Japan en eeuwenoude culturele tradities beschouwt hij vooral Sociaal Japan. Cees verwondert zich over de sociale cohesie en oplossingen die Japan kiest voor vraagstukken wanneer mensen met elkaar omgaan. Op straat, in het gezin, het onderwijs en in de zorg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *