In zinderende zomerhitte kan het zo’n heerlijk vooruitzicht zijn; een schuimend (al dan niet alcoholvrij) glas bier. Zeker ook in Japan, waar het kwik een steeds groter deel van het jaar tot ruim boven de 30 graden stijgt. Eenmaal staand voor het drankenschap is de keuze echter zo ruim, en de kwaliteit zo hoog, dat je bijna zou vergeten dat bier er nog niet zo heel lang verkrijgbaar is.
Nederlanders introduceerden bier eeuwen geleden al in Japan, in de loop van de 17e eeuw. Maar buiten de paar honderd vierkante meters van het eiland Deshima sloeg het, net als zoveel andere Europese gebruiken en gewoonten, niet echt aan. Rijstwijn was populair en goedkoop, en dus kwamen Japanners pas op grote schaal met deze vorm van alcohol in aanraking in de jaren van snelle modernisering na 1868.
Want Keizer Meiji zat nog geen jaar op de troon toen William Copeland, een Amerikaan van Noorse origine, in 1869 de Spring Valley-brouwerij opende in Yokohama. Copeland koos als locatie de heuvelachtige Yamate-buurt. Niet zonder reden, want de meeste niet-Japanners werden daar in die jaren gehuisvest. Daardoor was er klandizie genoeg, en bovendien bleek de heuvelachtige omgeving geschikt: hij groef er een diepe grot om het bier in alle koelte te kunnen bereiden. Spring Valley leverde uit het vat en op fles, in eerste instantie aan cafés in Yokohama, later ook aan uitbaters in het nabijgelegen Tokyo en zelfs in Nagasaki, bijna 1000 kilometer naar het westen. Toch werd Spring Valley onder leiding van Copeland nooit een groot succes; in 1884 ging de brouwerij failliet.
Ondertussen zat de Meiji-regering, met haar grote interesse in alles uit het buitenland, ook niet stil. Het noordelijke eiland Hokkaido werd, na eeuwenlange bemoeienis vanaf het grootste Japanse eiland Honshu, in 1869 dan toch echt officieel geannexeerd. Yamato-Japanners, de grootste etnische bevolkingsgroep op de andere eilanden, trokken er daarna in grote getale heen. Om te werken op het land, onder de grond, en in de bedrijven die de regering er liet openen onder de vlag van de Kaitakushi. Letterlijk vertaald de ‘pioniersmissie’ – een mooie term voor wat in feite neerkwam op kolonisatie van de oorspronkelijke Ainu-bevolking en cultuur.
Koele zomers, koude rijping
Met zijn koelere zomers was Hokkaido bij uitstek geschikt voor de Duitse techniek van bier koud laten rijpen, en in september 1876 werd de bouw van de Kaitakushi-brouwerij dan ook voltooid. Onder toezicht van de eerste Japanse brouwmeester Seibe Nakagawa, die de kunst in Duitsland leerde, ging men aan het werk. In 1877 gingen de eerste vaten echt Japans bier in Tokyo in de verkoop. De naam van het bier: Sapporo, naar de in 1868 gestichte hoofdstad van Hokkaido. Het logo: Polaris, de noordster die door de Kaitakushi eveneens als logo werd gebruikt.

Ook op grotere schaal gebrouwen was bier nog steeds een luxeproduct: een grote fles Sapporo kostte 16 sen, wat nu ongeveer 6000 yen (33 euro) zou zijn. Bier was daarmee nog steeds duurder dan sake, en zeker in die tijd een drank waarmee de elite status en goede smaak uitstraalde. Waarom het Sapporo het wel heeft gered, en Spring Valley niet, is onduidelijk. Maar dat de Kaitakushi-brouwerij staatsbezit was, zal een rol hebben gespeeld. Ondertussen mocht Copeland het als buitenlander grotendeels zelf uitzoeken. (En dat hij volgens de overlevering beperkt zakelijk instinct had, hielp vermoedelijk ook niet mee.)
Voor de inboedel van de Spring Valley-brouwerij waren wel gegadigden: de Japan Brewery Company, opgericht door twee bankiers uit de Britse kolonie Hongkong. Met de steun van Japanse grootindustriëlen kochten ze in 1885 wat nog overschoot. Iets later, in 1886, deed de regering de Sapporo-brouwerij van de hand. Overigens niet vanwege een gebrek aan succes, maar omdat na de Kaitakushi-kickstart Hokkaido op eigen benen moest gaan staan. De meeste noordelijke overheidsbezittingen werden in die jaren geprivatiseerd.
Vier grote spelers
In de jaren daarna ging het snel: in 1888 verscheen het eerste gepasteuriseerde Sapporo-bier. Dit was veel langer houdbaar, en kon daardoor makkelijker naar alle uithoeken van het eilandenrijk worden getransporteerd. De Japan Brewery Company lanceerde in datzelfde jaar haar eerste bier onder de nieuwe Kirin-vlag. Leuk weetje: Japanners noemen een giraf ‘kirin’, maar dat is niet het dier in kwestie; bedoeld werd de uit Aziatische mythen bekende Qilin, zoals bovenaan dit artikel te zien. Het fabeldier siert, met zijn hertenlichaam, schubben, ossenstaart en hoorns, bijna 150 jaar later nog steeds de flessen van Kirin. Zoals de ster nog altijd op de etiketten van Sapporo prijkt.
Daarmee ontbreken nog twee andere grote spelers van nu: Asahi en Suntory. Die eerste liet niet lang op zich wachten: in 1889 werd de Osaka Brewing Company opgericht, 3 jaar later lag het bekende Asahi-bier in de schappen. Suntory volgde uiteindelijk in 1899, maar richt zich pas sinds 1963 op bier, daarvoor met name op wijn en whisky.

De regering verhoogde in 1901 drastisch de importtarieven op bier. Dat maakte binnenlandse productie in principe lucratiever voor Japanse brouwers, maar omdat er ook meer belasting op werd geheven, was het voor veel kleine brouwerijen niet (meer) rendabel. Kirin bleef zelfstandig, maar in 1906 gingen Sapporo, de Osaka Brewing Company (en Nippon Beer, opgericht in 1887 en brouwer van het nu nog bekende Yebisu) op in de Dai-Nippon Beer Company. Deze had tot na de Tweede Wereldoorlog nagenoeg het monopolie op de Japanse biermarkt. Na 1949 werd Dai-Nippon weer in tweeën gesplitst: Asahi en Nippon. Die laatste draagt sinds 1964 weer de naam Sapporo, en is ook verantwoordelijk voor de productie van Yebisu. Wat ons betreft het perfecte bier – can-peki.
Vooral lagers
Bier won, meer dan die andere buitenlandse drank, koffie, na de introductie erg snel aan populariteit. Het was in het begin lang niet altijd goedkoper dan sake, maar sloeg toch aan onder Japans opkomende middenklasse. Deze had steeds meer te besteden. Ook zal een rol hebben gespeeld dat de naar Duits voorbeeld gebrouwen heldere lagers, met een alcoholpercentage van ruwweg 5%, uitstekend bij warm weer passen. Daarom werd ook het Beierse gebruik van ‘Biergartens’, grote terrassen of hallen waar het gerstenat genoten kon worden, door de Japanse brouwerijen graag overgenomen; al eind negentiende eeuw waren er meerdere ‘biagaaden’ te vinden in Tokyo. Deze traditie leeft tot op de dag van vandaag voort.

Bier mag dan populair zijn, maar het stereotype beeld dat Japanners, vooral salarimen, goed van inname zijn, moet worden ontkracht: met 38,4 liter per persoon per jaar stond het land in 2019 slechts op de 42e plek van de wereldranglijst. Ver onder Nederland, dat met 79,3 liter per persoon de 13e plek innam.
Een gedeelte van die 38,4 jaarlijks gedronken liters is bovendien geen traditioneel bier, maar happoshu: een ‘alcoholisch drankje met prik’. We hadden het al eens eerder over deze truc van brouwerijen om belasting te ontlopen – hoe hoger het moutpercentage, hoe meer per liter moet worden afgedragen. Sinds dat vorige schrijven is er echter nog een nieuw soort bier bijgekomen: dai-san no biiru, letterlijk de ‘derde biersoort’. De moutpercentages hierin zijn nog lager, omdat de happoshu is gemengd met andere alcohol. Soms wordt er zelfs geen mout gebruikt. Is het dan nog bier te noemen? Wat de overheid betreft wel, want sinds 2023 zijn de belastingtarieven op deze biersoort weer gelijk aan die van happoshu.
De keuze is reuze
Voor bierliefhebbers is de keuze in Japan in elk geval reuze. Lagers zijn nog altijd erg populair, zeker nama biiru, ‘rauw bier’ (oftewel van de tap) gaat er goed in. Zeer bekende varianten zijn Asahi Super Dry, zo ontworpen om qua afdronk aan sake te doen denken, en Kirin Ichibanshibori, waarvoor bij de productie de moutwort slechts één keer wordt geperst. Non-alcoholisch is ook ruim beschikbaar, en voor wat avontuurlijker drinkers is er ook Europese import. Naast de Grote Vier is bovendien genoeg ruimte voor kleinere brouwerijen die van de gebaande paden durven wijken.
In een korte geschiedenis van Japans bier mag één van de (wat ons betreft) betere Japanse reclames niet ontbreken. Vermoedelijk zijn bij de productie van Sapporo geen taiko-trommelaars of maiko betrokken (en helaas, zeker weten geen draken), maar zin in een (al dan niet alcoholvrij) glas bier krijg je er wel van.
Sowieso hebben Japanse marketeers sinds het begin begrepen hoe ze bier moesten verkopen – onderstaande reclameposters zijn onweerstaanbaar en net zo dorstopwekkend.
19 augustus 2026
