De geur van tatami

Bij drogisten, life-style-winkels en parfumerieën kom je de naam Tatami tegen bij producten die een rustgevende, natuurlijke frisse groene geur afgeven. Geurstokjes, luchtverversers en parfums baseren zich op de typerende geur van de traditionele Japanse vloermatten geweven van rijststro en pitrus. Het is – zeker in de zomermaanden – de meest herkenbare geur van Japan.

Het laat zich lastig omschrijven, een geur. Wie na een jaar zijn eerste rijpe perzik ruikt en proeft weet evenwel onmiddellijk weer dat dít de unieke geur en smaak van déze vrucht is. De geur van vers gemaaid gras, van Lievevrouwebedstro, de geur van de zee of van het bos. Allemaal herkenbaar, maar niet in woorden te vangen. Het zijn alle geruststellende geuren, ze doen een beroep op herinneringen aan eerdere gebeurtenissen en ze verhalen van de natuur. Fijn dat de geurmakers van de wereld ons ook de geur van tatami weten aan te bieden.

Tatami (畳) zijn Japanse vloermatten van geplooid en gestapeld stro. Dat is de letterlijke betekenis van het woord. Ofschoon de tegenwoordige huizen in Japan bijna helemaal belegd worden met laminaat, hecht men – als de ruimte het toelaat – toch nog aan het gebruiken van tatami in tenminste één kamer, de washitsu of Japanse kamer. Japanners hechten aan traditie, maken graag verbinding met de natuur en met vroeger. En met de geur van tatami.

Het stapelen en uitspreiden van stro kennen wij ook wel. Een aangestampte aarden vloer werd er schoner, warmer en comfortabeler van. Wie in de duinen kampeerde kon bij de campingbaas een baal stro halen om het onder het kuipzeil van de tent te verdelen. En er voor, zodat je niet zoveel zand mee naar binnen liep. Stro isoleert, kan vervangen worden en wordt op natuurlijke wijze afgebroken. In de tent nog steeds een goed idee, in huis zijn we verder gegroeid. Gedoe, beestjes en innovaties hebben gezorgd voor een grote keuze aan cementvloeren, plavuizen, houten panelen en kunststof laminaat. En tapijt. Van vloerkleden naar tapijttegels en strekkende meters vloertapijt. Inmiddels vooral kunstgarens, maar eerder ook van zeegras, kokos en sisal. Deze laatste vloertapijtsoorten van natuurlijke materialen ondervinden een hernieuwde belangstelling. Als ze net gelegd zijn, en de kamer een poosje niet gelucht wordt, kan een toefje tatami ruiken. Ons klimaat is echter droger, de geur vervliegt snel.

De geur van tatami verwijst dus naar de natuur. Naar aarden en aarde. Een vleugje gras en een zweempje zomer. Maar Japanners associëren de tatami ook vooral met het behoud van traditie. Traditie in bouwstijlen en vakmanschap van het vervaardigen van de matten.

Wat maakt een vloermat een tatami?

Een tatami is een rechthoekige dikke mat met een kern van gestapeld en strak bijeengebonden (rijst-)stro. Deze wordt aan de bovenzijde bedekt met een gevlochten mat van glad igusa (pitrus) en aan de lange zijden gebiesd met een reep – meestal groen – brokaat. De maat van de tatami is gestandaardiseerd, maar verschilt per regio: Tatami in Kyoto (Kyōma tatami) zijn 0.955 bij 1.91 meter. Tatami in de regio Tokyo zijn kleiner: 0.88 bij 1.76. Een tatami is duurzaam en kan tegen een stootje. Maar niet tegen een schoenhak of pump. Hij wordt dan ook op sokken of blootsvoets belopen. Schoenen worden in Japan al bij het betreden van het huis in de genkan bij de voordeur uitgedaan.

Het woord tatami wordt voor het eerst gebruikt in de Kojiki (de “Kroniek van oude zaken”), het oudste overgeleverde boek over de geschiedenis van Japan, gepubliceerd tijdens de Nara-periode (710-794). Tatami (met name met een bedekking van igusa) werden gebruikt om de status van machthebbers aan te zetten, kostbare kleding en verkleumde oude botten te beschermen en werden alleen gebruikt in het meest noodzakelijke deel van een vertrek, daar waar men de gasten ontving. Het was mindere goden zelfs niet toegestaan om deze nobele matten te gebruiken in het eigen huis en het duurde maar liefst tot aan de Meiji-Restoratie (1868-1889) voordat deze regulering op het gebruik van tatami werd opgeheven.

Wie de matten wél mocht gebruiken, begon ze vanuit het midden van de kamer aaneen te leggen, met name rondom de vloerhaard. De maat van de tatami werd bepalend voor de standaard architectuur van Japanse kamers en huizen. De matten werden in vaste patronen gelegd en werden de richtlijn voor de afmetingen van de vertrekken. Aarden vloeren werden vervangen door verhoogde houten plankvloeren, maar wie mocht, belegde zijn houten vloer dan weer met geluiddempende en isolerende tatami. Japanners die momenteel nog of weer een washitsu inrichten, vertalen dit begrip naar Engelse gasten als “tatami-room”. Ofschoon deze ruimte meestal ook een traditionele tokonoma of nis heeft, wellicht een huisaltaar, en zeker papieren shoji en schuivende fusuma, zijn de tatami blijkbaar het meest elementaire onderdeel van de Japanse kamer. En zeker, de tatami is maatgevend, voorschrijvend en bepalend en ruikt verdikkeme het lekkerst.    

Na de Tweede Wereldoorlog moest snel en veel herbouwd worden en raakten met name Amerikaanse gewoonten en meubelen in zwang. Vloertapijt en laminaat was eenvoudiger en goedkoper machinaal te produceren, en stoelen met poten verruïneerden de tatami. Exit tatami. Er was een geschiedenis lang voor geijverd om ook de gewone mens te dienen met deze zo nobele mat, maar tegen lagere productiekosten van alternatieven en stoelpoten kon hij niet op. De American way of life, comfort en luxe, grote-stappen-snel-klaar, gadgets en elektronica waren een lange poos ook in Japan onweerstaanbaar.

Wie maakt de tatami?

Inmiddels wordt de tatami weer gewaardeerd. Er zijn nog handwerkslieden die ze met kennis en vaardigheden, geduld en perfectie en weten te maken. Deze shokunin geven de fijne kneepjes van dit ambacht door aan inmiddels weer geïnteresseerde opvolgers.

Voordat de perfecte mat geassembleerd kan worden, zijn uiteraard de perfecte grondstoffen nodig. Het kenmerkende gladde bovendek wordt gemaakt van de stelen van de pitrus. (juncus effusus). We kennen deze ook in Nederland als opvallende grasachtige plant met stijve rechtopstaande stengels en een daaruit halverwege zijdelings uittredende bloementros. De plant heeft geen knopen in de stengel, en groeit in dichte pollen graag met een voorkeur voor een natte bodem. In Japan wordt de pitrus in augustus dan ook in de rijstvelden geplant. In november worden de zaailingen uitgegraven en worden de beste uitverkoren en in december weer in het rijstveld geplant. Eind juni groeit dan deze beste bies tot een meter hoog en wordt het volgende jaar geoogst. De biezen moeten na de oogst droog zijn, de groene kleur behouden en zeker de kenmerkende geur. De geur wordt door de plant opgebouwd door tenminste drie ingrediënten:

  • Fytoncide is een aromatische component die een bacteriedodend effect heeft.
  • Alpha-cyperon, een ingrediënt dat ook wordt gebruikt in de Chinese geneeskunde en aromaolie en een ontspannend effect oproept.
  • Vanilline is het hoofdbestandsdeel van vanille-essence, en ook een aromatische component die ontspanning bevordert.

De kwekers leveren aldus de perfecte rus. De wevers verweven de pitrus-stengels met hennep tot krachtige, prachtige dikke matten. Daarna zijn ze beschikbaar voor de tatami-makers. Op YouTube zijn tal van voorbeelden te vinden van het productieproces van de tatami. We lichten er één voor je uit.

In dit voorbeeld worden de inmiddels opgebruikte oude tatami vervangen door nieuwe. Meten is weten: omdat het houten frame van de kamer in de loop der jaren mogelijk uitzet en krimpt, wordt de benodigde maat van elke mat eerst nauwkeurig in kaart gebracht. Er is nog steeds veel handwerk gemoeid met het vervaardigen van een enkele tatami, maar er worden ook meer en meer machines specifiek voor het assembleren van de mat gehanteerd. Ook de kern van de tatami hoeft niet langer rijststro te zijn, koudschuim blijkt een waardige vervanger. Het igusa-dek is gebleven, en daarmee de geur van de tatami.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *