Brave Blossoms: rugby in Japan

Nog een paar weken en dan barst het WK Rugby 2019 los in Tokyo, als Japan het opneemt tegen Rusland. Het land is, na Frankrijk, het tweede niet-Gemenebestland dat het kampioenschap mag organiseren. En dat is niet zomaar, want de ‘Brave Blossoms’ plaatsten zich tot nu toe voor elke eindronde.

Het is misschien niet de meest voor de hand liggende combinatie, Japan en rugby, zeker bezien vanuit Nederland, waar rugby een heel kleine sport is. Toch wordt er in Japan al ruim 100 jaar gerugby’d. De eerste officiële wedstrijd op Japanse bodem vond zelfs nog langer geleden plaats, in 1874 in Yokohama, maar daar namen enkel Engelse matrozen aan deel. In 1899 besloten Engelsman Edward Clarke en Japanner Ginnosuke Tanaka, beide afgestudeerd aan Cambridge University en docenten aan Keiō Daigaku in Tokyo, hun favoriete sport bij hun studenten te introduceren. Tien van hen leek het wel wat.

Rugby met uitzicht op Mt. Fuji

Na twee jaar trainen achtte het inmiddels grotere team zich klaar voor een wedstrijd tegen Engelse expats. De wedstrijd, op 5 januari 1901, ging verloren met wel 39-5, maar dat was allerminst een domper op de feestvreugde: er was veel enthousiast publiek, en rugby groeide snel in populariteit. Doshisha Daigaku in Kyoto en Waseda Daigaku in Tokyo richtten eigen clubs op in respectievelijk 1911 en 1918, en honderden middelbare scholen en burgers volgden dat voorbeeld. Begin jaren ’20 telde Japan 1500 clubs en ruim 60.000 geregistreerde spelers. In 1926 werd Ginnosuke Tanaka, de ‘vader van rugby in Japan’, de eerste president van de Nihon Ragubi Futtobōru Kyōkai, de Japanse rugbyfederatie.

Tegenslag en wederopbouw

Vanaf de jaren ’30 kreeg het Japanse rugby flinke tegenslagen te verwerken. Het nationalistische Japanse regime vond de sport te Westers. Bovendien kwamen veel topspelers om in militaire dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toch werden er al in september 1945, minder dan een maand na de overgave van Japan, weer wedstrijden georganiseerd. Bedrijven beschouwden de wedstrijden als goed voor het moreel van de werknemers. Vanaf de vroege jaren ’50 toerden er ook weer buitenlandse teams door het land, en in de daaropvolgende decennia groeide de sport gestaag door. 

Aan aandacht was er geen gebrek – Japan telde in de tweede helft van de 20e eeuw honderden rugbyclubs – maar aan ruimte wel: een groot deel van het land is immers onbewoonbaar, en de schaarse ruimte die er is wordt gebruikt voor woningen en landbouw. Veel clubs delen hun velden daarom noodgedwongen met andere sportclubs.Waar het Japanse rugbyclubs echter dan weer niet aan ontbrak, is geld. Veel clubs worden al sinds de jaren ’50 fors gesponsord door het bedrijfsleven. Geen probleem, zou je zeggen, dat geldt namelijk voor veel sportclubs, maar dat ligt toch net iets genuanceerder: rugby was lange tijd een amateursport.

Rugby in Japan: amateurs, maar niet echt

Rugby in Japan
Het logo van de Brave Blossoms. Ze hebben ook een eigen website.

Dat zit zo: rugby was oorspronkelijk een tijdverdrijf voor rijken, maar de arbeidersklasse in Engeland had die luxe niet. Dat zorgde in 1895 voor een afsplitsing van het betaalde Rugby League. ‘Gewoon’ rugby heette vanaf toen Rugby Union. Op het moment van de splitsing waren de regels van beide sporten gelijk, maar in de loop der jaren zijn deze steeds meer van elkaar gaan verschillen. Rugby League is met name in de oude Gemenebestlanden (ook) populair; in Japan is tot 1993 alleen Rugby Union gespeeld. 

Twee jaar later, in 1995, werd Rugby Union een professionele sport, wat betekent dat in de decennia daarvoor officieel alleen amateurs speelden – ook op de eerste twee wereldkampioenschappen, in 1987 en 1991. Stiekem is er natuurlijk altijd sponsoring geweest vanuit bedrijfsleven en overheden, wat in de tweede helft van de 20e eeuw soms nog best protest opleverde onder tegenstanders uit het buitenland. Want Japanse teams wonnen lang niet altijd, maar wel vaker dan je op basis van de fysieke bouw van de spelers zou mogen verwachten. De ruime sponsoring stelde hen echter in staat om full-time te trainen, volgens de nieuwste methoden en met de beste materialen.

Zijn Japanners goed in rugby?

Geef de Nieuw-Zeelanders onbeperkte middelen, en de All-Blacks winnen elk toernooi. Want wie aan rugby denkt, ziet boomlange Polynesiërs voor zich. Of desnoods breedgebouwde Europeanen, of potige Zuid-Afrikanen. Wie aan rugby denkt, denkt in ieder geval niet aan de over het algemeen kortere, en smaller gebouwde Japanners. De in 2007 overleden Shigeru ‘Shiggy’ Konno, geliefd Japans rugby-speler en later -bestuurder, beaamde dat Japanse rugbyspelers gemiddeld genomen inderdaad kleiner en minder breed zijn dan rugbyers uit andere landen.

Aan de andere kant had die fysieke ‘achterstand’ volgens Konno ook een voordeel: kleinere, lichtere spelers zijn sneller en bovendien wendbaarder. Met de juiste tactiek kan ook een team zonder menselijke rotsblokken het een heel eind schoppen. Dat bewijst het Japanse nationale team, de Brave Blossoms, door tot nu toe elke keer aan de eindronde van het WK Rugby deel te nemen. Een prestatie op zich, want hoewel de concurrentie voor een ticket minder groot is dan in bijvoorbeeld het voetbal, moet er nog steeds wel een aantal taaie tegenstanders worden verslagen.

Dit jaar was kwalificatie automatisch, als dank voor de organisatie van het toernooi. Dat maakt het ook wat lastiger inschatten hoe het team het gaat doen. Want natuurlijk zijn er oefenwedstrijden geweest om op elkaar ingespeeld te raken, maar thuiswedstrijden brengen ook een bepaalde druk met zich mee. Zeker in een sportgek land als Japan.

Goede hoop voor 2019

Rugby in Japan

Toch is er goede hoop voor de Brave Blossoms, onder meer uitgesproken door de coach van het Engelse team, Eddie Jones. Toen hij de Japanners nog coachte (van 2012 tot 2015) werd er geoefend tegen subtoppers als Roemenië en Georgië. Tegenwoordig mag Japan het vriendschappelijk opnemen tegen Nieuw-Zeeland en Engeland. Het team verloor beide wedstrijden, met respectievelijk 69-31 en 35-15, maar dat deze grootmachten tegen de Japanners willen oefenen laat volgens Jones alsnog zien hoe ver Japan gekomen is in het rugby.

Dat succes is het gevolg van een combinatie van investeren in de eigen opleidingen, en het werven van buitenlands talent, zowel onder de spelers als de staf: de huidige teamcaptain, Michael Leitch, en coach, Jamie Joseph, komen uit Nieuw-Zeeland. Van de 42 spelers in de Japanse WK-selectie werden er 17 buiten Japan geboren, of zijn de ouders van buitenlandse komaf.

Op 6 september volgt in elk geval op eigen bodem de generale repetitie tegen tweemalig wereldkampioen Zuid-Afrika. Dan wordt duidelijk hoe het team ervoor staat. Spannend wordt het hoe dan ook: de Brave Blossoms versloegen de Springboks bij hun laatste treffen in 2015 met 34-32.

Print Friendly, PDF & Email
Dit bericht werd geplaatst in Culturele traditie,Geschiedenis,Sport en getagd , door Tom Omes . Bookmark de permalink .

Over Tom Omes

Tom studeerde Talen en Culturen van Japan en Journalistiek én Nieuwe Media, maar in plaats van correspondent voor een landelijke krant in Tokyo, is hij copywriter bij Aexus en hoofdredacteur van Katern: Japan. Geïnteresseerd in de moderne geschiedenis van Japan, maar leeft niet alleen in het verleden: ook hedendaags Japan interesseert hem zeer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *