Tentoonstelling “Oosters Licht” De invloed van Japan op de Westerse kunst



Vanaf 7 juli in het Lalique Museum in Hanzestad Doesburg, de tentoonstelling ‘Oosters Licht’. Over de invloed van Japan op de Westerse kunst met o.a. juwelen, tekeningen, textiel, zilverwaar, prenten, keramiek en lakwerk.

Bewonderaars van de art nouveau periode zijn zich niet altijd bewust van het feit dat deze relatief korte periode in de geschiedenis veel invloeden vanuit Japan kent. De tentoonstelling in de historische Hanzestad Doesburg schenkt aandacht aan deze Oosterse beïnvloeding en toont werken van Japanse en Europese kunstenaars zodat de museumbezoeker de overeenkomsten in ogenschouw kan nemen.

Bij de bakermat van de Europese beschaving denken we veelal aan Syrië, Sumerië, Mesopotamië, Egypte, Griekeland en Rome. Ofschoon hier daadwerkelijk de wortels van de westerse beschaving liggen, moeten we toch opmerken dat halverwege de negentiende eeuw een onverwachtse invloed uit het oosten zich aandiende. Door de het verdrag van Kanagawa in 1854 (Matthew Perry, US-Navy) opende Japan, niet geheel zonder tegenzin, haar deuren voor het Westen. Japan was onder het feodale Tokugawa-bewind meer dan tweehonderd afgesloten van de rest van de wereld geweest en niet of nauwelijks toegankelijk voor buitenlanders. Het verdrag leidde tot een burgeroorlog in Japan die pas in 1867 tot staan werd gebracht door de installatie van een nieuwe keizer ook wel Meiji-restauratie genoemd. Deze keizer was uiterst westers gezind doch bleef christendom verboden in Japan. Japan heeft namelijk een animistische godsdienst, het Shintoïsme, waarin niet ‘god’ maar de ‘natuur’ het uitgangspunt is.

De tweede industriële revolutie had rond 1850 voet aan wal gezet op het vaste land van Europa en had mogelijk gemaakt dat er een nieuwe elite binnen de maatschappij kon opstaan die niet door vererving (zoals adel) maar door eigen inspanning vermogen had verworven. Enerzijds zorgde dit voor een nieuwe kapitaalinjectie maar ook voorde teloorgang van de oude gildesystemen.
Met name in Engeland verlangde men terug naar dat oude vakmanschap. Onder leiding van William Morris en John Ruskin ontstond de Art & Crafts beweging die zich tot doel hadden gesteld om goed en verantwoord gemaakt vakwerk voor een betaalbare prijs te herintroduceren. Ondanks alle goede bedoelingen is dit voornemen kunstzinnig geslaagd maar vanwege de hoge kosten sociaal geflopt.

Toch heeft deze stroming samen met de invloed van de Japanse kunst in het westen tot een nieuw beweging geleid die vanaf 1885 geleidelijk haar intrede deed ‘art nouveau’ ontleend aan het in 1895 opgerichte Maison Bing de l’Art Nouveau.

De art nouveau was weliswaar het gevolg van alles wat daaraan vooraf was gegaan maar tegelijkertijd ook een volledige breuk daarmee. De vormen richtten zich naar natuur en oude animistische of polytheísche (breed goden- of entiteitenspectrum) symboliek. Met name de laatsten verschillen wezenlijk van de Christelijke traditie waarbij tegengestellingen zoals ‘goed en kwaad’, ‘god versus duivel’ bepalend voor het denken zijn. Binnen het animistische ‘denken’ of beter gezegd ‘waarnemen’ ervaart men alles als een geheel of ‘heel’ en dus onverdeeld.

Deze invloed was niet alleen in de kunst waar te nemen maar bovenal in het nieuwe denken binnen de westerse samenleving. Het doorzien van eigen handelen en denken was niet langer enkel een aangelegenheid waarbij ‘god’ maar vooral het ‘zelf’ werd geraadpleegd. Men kan dit vertalen in een hang naar individuele zelfstandigheid en het verlangen naar menselijk maat, begrijpelijk en bereikbaar dus dichtbij.

Binnen het oeuvre van deze tentoonstelling zal werk van de volgende kunstenaars te zien zijn: Lalique, Mucha, Gallé, Daum, Knox, Van de Velde, Majorelle, Macintosh, Maison Vever, Fouquet, Gautrait en vele anderen.

Ook zal er werk van kunstenaars tentoongesteld worden dat bij het grote publiek veelal niet zo bekend is maar wel van dezelfde hoge kwaliteit is als die van een Lalique of Mucha.

Print Friendly, PDF & Email