De Yamanote-lijn, halte 27 – Hamamatsucho

We schreven het al vaker: Japan vernieuwt razendsnel, maar zonder het oude uit het oog te verliezen. Nergens wordt dat duidelijker dan rondom de stations van de Yamanote-lijn. Daar staan tussen de grote kantoorgebouwen eeuwenoude tempeltjes of schrijnen, en zijn traditionele tuinen gerust tegen een drukke verbindingsweg gevleid. In Hamamatsucho, de volgende halte op de Yamanote-lijn, is dat niet anders.

Het station van Hamamatsucho werd, zoals de meeste stations aan de Yamanote-lijn, geopend aan het begin van de 20e eeuw. Niet dat je dat nu nog kunt zien: het station is opgetrokken uit het standaard getint glas en grauw beton en ademt eerder de jaren ’70 en ’80 dan de pracht van de Meiji-periode (1868-1912). Waarin het zich echter wel onderscheidt van veel andere stations, is de aanwezigheid van een beroemde Belg: Manneken Pis. De replica van het bekende Brusselse beeldje werd in 1952 aan Japan National Railways geschonken, ter ere van de 80e verjaardag van de spoorwegmaatschappij. De link tussen Japanse treinen en een Belgisch beeldje is wat onduidelijk, maar dat belet het stationspersoneel niet om het ventje goed te verzorgen: het Manneken heeft regelmatig nieuwe kleren aan. Wie hem altijd wilde zien plassen in hakama of kimono, kan hier in die behoefte voorzien.

Een speeltuin…

Hamamatsucho maakt, net als Tamachi en Shinagawa, onderdeel uit van het stadsdeel Minato. De wijk is relatief jong: Hamamatsucho, ‘kustplaats met naaldbomen’, was tot 1650 een moerassig gebied aan de rand van de baai van Edo (zoals Tokyo toen nog heette). Toen het gebied eenmaal gewonnen was op het water, streek met name de adel er neer. Ook toen al was zicht op zee een privilege. Eén van hen was Okubo Tadatomo, een hooggeplaatst lid aan het hof van de shōgun. Naar verluidt gingen de Tokugawa’s graag langs in zijn landhuis en aangrenzende tuin, dat de veelzeggende naam Rakujuen droeg: ‘tuin voor een lang leven vol genot’. Wat daar precies gebeurde blijft gissen, maar voor de oppermachtige shōguns zal het een speeltuin zijn geweest.

Ruim 200 jaar later, na de val van het shōgunaat, werd de grond gekocht door het Japans keizerlijk hof. Lang kon de keizerlijke familie niet van dit nieuwe buitenverblijf genieten: in 1923 werden de gebouwen en tuin volledig verwoest tijdens de Grote Kanto-aardbeving. Een jaar later werd het gebied ter ere van het huwelijk van (toen nog) kroonprins Hirohito teruggegeven aan de gemeente Tokyo, die het liet herstellen en opende voor het publiek onder de naam Kyū Shiba Rikyū Onshi Teien, oftewel ‘de voormalige Shiba-villatuinen’. Het gebied is ruim 43 vierkante kilometer groot en bestaat uit een grote vijver met eilandjes, kunstmatige heuvels. Aan alle kanten is de tuin omringd door hoogbouw, wat het geheel een Central Park-achtige sfeer geeft. De tuin wordt algemeen beschouwd als de mooiste van Tokyo, en door sommigen zelfs als de mooiste van heel Japan. De Hamarikyu-tuin in de buurt is zeker niet verkeerd, maar kan hier inderdaad niet aan tippen.

…en een tempel voor de shōgun

Hamamatsucho

De Tokugawa’s kwamen niet alleen naar Hamamatsucho voor vermaak: één van hun familietempels bevond zich ook in de buurt. De Zōjō-ji is de belangrijkste tempel van de Chinzei-tak van het Jōdo-boeddhisme, wat weer verwant is met het Zuivere Land-boeddhisme. De Zōjō-ji werd al in de negende eeuw gebouwd, maar pas in 1393 aan het Jōdo-boeddhisme gewijd. Niet alleen werd de tempel in 1590 door Tokugawa Ieyasu naar de huidige locatie verhuisd, maar zes van zijn veertien opvolgers lieten zich er ook begraven.

Alhoewel het oorspronkelijke terrein grotendeels afbrandde tijdens de Tweede Wereldoorlog en bij de wederopbouw plaats moest maken voor moderne gebouwen, is een bezoekje aan de Zōjō-ji nog steeds zeer de moeite waard, al was het maar omdat de tempel prominent fungeert in bekende Japanse prenten: Shin hanga-kunstenaar Kawase Hasui verwerkte de roodgeverfde houten toegangspoort in meerdere van zijn werken. Wie deze nu zoekt, komt echter bedrogen uit: de poort brandde af tijdens de Tweede Wereldoorlog en werd naderhand in beton hersteld.

Tokyo Tower

Een beroemd bouwwerk dat er wel nog staat (toevallig bijna recht achter de Zōjō-ji) is de Tokyo Tower. De toren doet verdacht veel denken aan de Eiffeltoren, maar er is één belangrijk verschil. Net als hijskranen en andere hoge constructies in de stad is de toren rood-wit gestreept, wat moet voorkomen dat helikopters en vliegtuigen er bij slechte weersomstandigheden tegenaan vliegen. Toen de Tower in 1958 werd gebouwd, was deze hoofdzakelijk bedoeld als radio- en televisietoren. Maar hij diende ook een ander doel: waar een minder opvallende constructie had volstaan, was er Japan ook veel aan gelegen om zich na de jaren van wederopbouw te presenteren als moderne, vooruitstrevende natie. De Japanners slaagden er niet alleen in een icoon van westerse architectuur in aardbeving- en orkaangevoelig gebied na te bouwen, maar maakten hem ook nog een paar meter hoger. Met andere woorden: missie geslaagd.

Hoewel de Tokyo Tower tot de bouw van de Tokyo Sky Tree (in 2010) de hoogste structuur van Japan was, is het uitzicht vanaf het uitkijkplatform niet meer bijzonder: dit bevindt zich halverwege de toren, en andere hoge gebouwen ontnemen bezoekers het zicht op de miljoenenstad. Vanaf de bovenste verdieping heb je veel beter zicht, maar dat kost je niet alleen een extra ticket maar ook tijd in de lange wachtrij. Zo ziet het er ongeveer uit:

Spectaculair, maar het haalt het nog steeds niet bij het uitzicht vanaf de 40e verdieping van het WTC in de buurt. Dat ligt iets uit de richting, maar het is er daardoor een stuk rustiger én je kunt ook de Tokyo Tower zien. Zeker ’s avonds is dat zeer de moeite waard.

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *