Japanse afvalscheiding: het goede voorbeeld

Een windvlaag blies het plastic zakje op, richting het water over het strand van Odaiba. De moeder had net uitgebreid de kleren van haar twee zoontjes uitgeklopt, maar spoorde de oudste op bemoedigende toon aan toch maar even terug het zand op te gaan, achter het afval aan. Toen het mannetje het eenmaal te pakken had, verdween het in een grotere zak met afval, die weer in de rugzak van moeder werd gestopt. 

Bovenstaande anekdote is geen uitzondering. Want loop door Japan, en het kan niet anders dan opvallen hoe schoon de straten zijn. Komende uit Nederland is dat bijzonder, zeker als je bedenkt dat dat afval nergens direct naar toe kan. In grote steden staan namelijk nauwelijks prullenbakken. Niet om de zoveel meter langs het trottoir, maar meestal ook niet – en dat is opvallender – op drukbezochte publieke locaties, zoals bijvoorbeeld een park of strand. 

Wanneer je Japanners vraagt waarom, lopen de antwoorden uiteen. Volgens sommigen is het een maatregel tegen terrorisme: geen prullenbakken betekent minder plekken om een explosief in te verstoppen. Anderen zullen zeggen dat het is om te voorkomen dat afvalbakken te vol raken en in de hete Japanse zomer voor stankoverlast gaan zorgen. Het is lastig om je in Tokyo bergen rottend afval voor te stellen, maar het valt ook zeker niet uit te sluiten. Er leven zoveel mensen in en reizen zoveel mensen door de stad, wellicht liggen Napolitaanse toestanden dan inderdaad op de loer. 

Overvolle vuilnisbelten

Voor de meest waarschijnlijke reden moeten we echter terug naar de Meiji-periode (1868-1912). Tot die tijd was er namelijk relatief weinig afval. Wat mensen gebruikten, werd vaak hergebruikt of anders gerecycled. Met de snelle modernisering van Japan deed echter ook de massaproductie zijn intrede. Dat zorgde voor enorm veel meer afval dan voorheen, dat bovendien nergens naartoe kon. Al in 1924 werd in Tokyo daarom de eerste afvalverbranding geopend. Er zouden er nog vele volgen, maar de stad kon de hoeveelheid afval niet aan. Vuilnisbelten raakten overvol in de periode van snelle economische groei na de oorlog. Slimmere recycling bleek de oplossing: door mensen te vragen afval mee naar huis te nemen en het daar zelf te sorteren, kan er meer worden hergebruikt en hoeft er minder te worden verbrand.

AfvalscheidingHet gemiddelde Japanse huishouden beschikt daarom over minstens drie prullenbakken: één voor plastic flessen en blikjes, één voor te verbranden afval als groenafval, papier en textiel en één voor niet te verbranden afval als metaal en glas. Die drie soorten zijn de absolute basis, want in de meeste huizen gaat het verder en worden ook kranten, karton, melkpakken, boeken en magazines apart bewaard om later gescheiden weg te gooien. Daarbij speelt wel mee in hoeverre men het afval ook echt gescheiden kwijt kan. Als de lokale overheid bijvoorbeeld de dopjes van petflessen later gewoon bij het andere plastic gooit, heeft het natuurlijk geen zin om die in huis te scheiden van het overige afval. 

Specifieke afvalscheiding

Gelukkig faciliteren de meeste gemeenten faciliteren hun inwoners in deze recycle-drift. In Setagaya, met ruim 900.000 inwoners de grootste deelgemeente van Tokyo, krijgen inwoners een recyclegids van maar liefst 24 pagina’s lang aangeboden. En (buitenlandse) toeristen mogen ook meedoen: hotelkamers beschikken vaak over meerdere prullenbakken. Of boek een Airbnb waar dan ook in Japan, en geniet van de extreem gedetailleerde uitleg over waar en wanneer specifieke soorten afval dienen te worden ingeleverd. Ik had onlangs geluk, want op de prullenbak in het appartement waar ik verbleef stond geschreven dat de verhuurder het later zou sorteren. Al met al niet iets wat je de verhuurder van de gemiddelde Amsterdamse Airbnb ziet doen – en neem het hem of haar eens kwalijk. Weg met andermans afval. 

Dat Japanners dat wel doen, en afval daartoe dus ook mee naar huis nemen, is nurture, geen nature: nog geen zeventig jaar geleden puilden de hoofdstedelijke vuilnisbelten immers uit. En natuurlijk zijn er ook voldoende Japanners die er wat minder aandacht aan besteden. Je zult alsnog niet snel iemand een leeg flesje of sigarettenpakje in de struiken zien gooien, maar bijvoorbeeld in Osaka ligt merkbaar meer rommel op straat dan in Tokyo. Nog steeds staat het in geen verhouding tot de rommel die je in veel andere wereldsteden aantreft.

Het goede voorbeeld

Hoe je zoiets in Nederland, waar de parken na een mooie dag vol liggen met afval, moet veranderen? Een lastige vraag. Statiegeld op blikjes en kleine flesjes is misschien een eerste stap, maar het goede voorbeeld geven blijkt net zo belangrijk. Het mooiste was namelijk dat het plastic zakje waar dat jongetje op het strand achteraan ging, noch van hem, noch van zijn broertje of moeder was. Maar het werd wel vol enthousiasme opgeraapt, weggestopt – en vermoedelijk thuis in de juiste prullenbak weggegooid.

Print Friendly, PDF & Email
Dit bericht werd geplaatst in Wonen en Huisvesting en getagd , door Tom Omes . Bookmark de permalink .

Over Tom Omes

Tom studeerde Talen en Culturen van Japan en Journalistiek én Nieuwe Media, maar in plaats van correspondent voor een landelijke krant in Tokyo, is hij copywriter bij Pride PR in Leiden en hoofdredacteur van Katern: Japan. Geïnteresseerd in de moderne geschiedenis van Japan, maar leeft niet alleen in het verleden: ook hedendaags Japan interesseert hem zeer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *