DAS nou jammer: natuurbeleid in Nederland en Japan

Aandacht voor de natuur en met name de bescherming daarvan lijkt weer weggezakt in de programma’s van de meeste partijen. Een kabinetsformatie struikelt niet over natuurbehoud. De das, die in Nederland weer terrein weet te winnen, blijkt aan de mais van de boeren te knagen. Da’s nu jammer. Sinds de rijksoverheid geen voortrekkersrol meer in het onderhoud van de ecologische hoofdstructuur speelt, ligt dit grotendeels stil. Hoe lost Japan dat op?

In de afgelopen decennia is door de Nederlandse overheid gebouwd aan een ecologische hoofdstructuur: een samenhangend netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden. Het vormde een belangrijk onderdeel van het natuurbeleid. Het streven was de biodiversiteit in Nederland ten minste te stabiliseren, en hopelijk verdere achteruitgang tegen te gaan. Verbindingszones moesten het mogelijk maken voor dieren – en plantenzaden – om van het ene gebied naar het andere te kunnen gaan. Dassentunnels, ecoducten, maar ook hele stukken terrein werden geschikt gemaakt voor het rijgen van een ketting van natuurkralen door het land. Een krachtige bemoeienis van de overheid bleek nodig omdat plantensoorten achteruitgingen en verdwenen, aantallen broedvogels met een derde afnamen en de biodiversiteit drastisch afnam. Van de kleine zoogdieren deden alleen de mol en de muis het – verschrikkelijk – goed.

Vanaf 2014 zijn echter de provincies verantwoordelijk voor natuurbeleid, de rijksoverheid heeft de taken met betrekking tot de verdere ontwikkeling van het netwerk aan hen overgedragen. Sindsdien is het stil geworden. Lokale en provinciale overheden trekken er niet zo hard aan. De hoofdroutes zijn bepaald en zelfs prachtig aangelegd, er is echter een groot aantal aansluitingen niet af. Er is geen ketting als kralen ontbreken. Nu net die laatste stukjes komen niet tot stand. De wolf moet dus door de bebouwde kom, herten en reeën moeten zich laten uitdunnen in een duinvallei. Het woord val zit in vallei. Padden moeten tijdens de trek nog steeds door vrijwilligers met een emmertje worden overgezet, want voor een tunneltje is geen geld. Ehm, het geld is er wel, maar wordt anders geprioriteerd. Het beleid lijkt reactief en niet meer proactief. Vooral de klagers worden gehoord, en dassen staan niet bekend om hun mondigheid. Voor we het weten wordt er wel weer ingegrepen in de natuur, maar niet ten faveure van de dassen.

Nederland is een land met liefst 14 miljoen politieke partijen. Individueel belang staat met stip voorop. Partijen als Groen Links en de Partij voor de Dieren proberen gelukkig de belangen van de dieren te behartigen, maar de liberalen zijn met meer. Bovendien zijn de liberalen ook niet bepaald de eersten om een verregende of verdroogde aardappeloogst te compenseren. Ze zijn verder niet tegen dieren of voor boeren, maar iedereen moet zijn eigen risico’s maar afdekken.

Satoyama

In Japan werkt het anders. In de wortels van de cultuur is het belang van de groep diep geankerd. Niet het individu, maar de gezamenlijkheid staat voorop. Shintoisme en boeddhisme leren bovendien dat elk wezen een ziel heeft. Japanse dassen hebben dus overduidelijk een eigen wil, maar ook minder mobiele objecten als bergen en bomen bezitten in ieder geval een geest. Een reden voor bestaan, een recht om er te zijn en een plicht om in gezamenlijkheid zorg te dragen voor het behoud van natuur. In de Japanse ogen zijn de mensen het meest in staat om de zorg te verlenen. Zij leggen dan ook hun eigen ecologische verbindingszones aan. Dat verschijnsel heet satoyama: “de boerderij aan de voet van de berg”.

Grote en kleinere stukken land – en meestal inderdaad aan de voet van de heuvels – worden door plattelandsbewoners gedeeltelijk in cultuur gebracht en onderhouden. Er wordt bijvoorbeeld rijst verbouwd, maar bijna altijd met de hand en liefst zonder machines die lawaai en vervuiling brengen. Er wordt gerecreëerd zonder de natuur te verstoren, het gebied wordt onderhouden als dat nodig is bij onder meer grondverschuivingen en overstromingen. Das en boom blijven bewust gespaard. Vogels, dieren en insecten dragen vervolgens hun steentje bij door zich er te vestigen en zorg te dragen voor bevruchting, tegengaan van onkruid en ongedierte (in de termen van de boer). Het lijkt wel of er door mens en dier bewust wordt samengewerkt. De boer en de recreant zijn zich in elk geval zeer bewust van de waarde die de dieren en planten hebben voor de satoyama.

Let wel, dolfijnen en walvissen wonen van nature niet aan de voet van de berg. Zij hebben duidelijk meer moeite om hun belang voor de natuur te bepleiten ten gunste van hun smaak. Hier valt ook in Japan nog wel wat te winnen.

Totoro

satoyamaSatoyama kennen we in het westen stiekem al langer, want Totoro woont er! Hij is de buurman van het gezin met de twee meisjes dat zich in het merkwaardige en beroemde huis vestigt. Totoro draagt een forse steen bij aan het welbevinden van de twee meisjes. En ook veel andere films van Ghibli zijn in een satoyama gesitueerd en appelleren zowel in Japan als in het westen aan nostalgische verlangens naar tijden waarin alles nog harmonieus en in orde was.

Totoro is een fantasiedier. Denken we. De das daarentegen is wel degelijk echt. Japan heeft een eigen bruine variant, mujina in het Japans. Wij kennen de zwartgrijze. Dassen zijn alleseters. Ze eten voornamelijk regenwormen, bosvruchten, gevallen fruit, noten, eikels, knollen, maïs, slakken, kevers en hommel- en wespenbroed. Én kleine knaagdieren als mol en muis. Een maïskolfje lijkt toch een prima ruilmiddel voor een teveel aan muizen, mollen en slakken.

De ecologische hoofdstructuur in Japan is dik in orde, want het merendeel van het land is onbewoonbaar bebost en bebergt. Dieren kunnen nog steeds vrijelijk door de eilanden struinen en zelfs bij koude relaxen in de natuurlijke onsen, warmwaterbronnen. En waar de stad begint, aan de rand van de wilde natuur, wordt wilde cultuur geschapen. Japan heeft geen Partij voor de Dieren nodig. De overheid is geen kartrekker, hooguit toezichthouder. Japan hecht intrinsiek aan satoyama, ontmoetingsplekken, ecologische verbindingszones tussen dier en mens.

Print Friendly, PDF & Email
Dit bericht werd geplaatst in Bloemen en planten,Dieren,Natuurlijk milieu en getagd door Cees Omes . Bookmark de permalink .

Over Cees Omes

Onderwijskundig adviseur/programmeur, docent en trotse vader van drie zonen die volledig "into Japan" zijn. Twee daarvan hebben in Leiden de studierichting Talen en Culturen van Japan afgerond, de derde is een Anime-Otaku. Naast Cool Japan en eeuwenoude culturele tradities beschouwt hij vooral Sociaal Japan. Cees verwondert zich over de sociale cohesie en oplossingen die Japan kiest voor vraagstukken wanneer mensen met elkaar omgaan. Op straat, in het gezin, het onderwijs en in de zorg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *